B-cyclus derde zondag door het jaar

Zondag 21 januari 2018

  • Eerste lezing: Jona 3,1-5.10
  • Tweede lezing:1 Korintiërs 7,29-31
  • Evangelielezing: Marcus 1,14-20
  • Ingesproken lezingen: /
  • Commentaar: Het is NU – of het is nooit!

 

Jona 3,1-5.10

Eerste lezing uit de profeet Jona

 

Jona op weg naar Nineve

 

Het woord des Heren werd gericht tot Jona:
'Begeef u op weg naar Nineve, de grote stad,
en verkondig haar de boodschap die Ik u zal ingeven.'
En Jona begaf zich op weg naar Nineve
zoals de Heer hem bevolen had.
Nineve nu was een geweldig grote stad,
wel drie dagreizen groot.
En Jona begon de stad binnen te trekken, een dagreis ver
en hij preekte als volgt:
'Nog veertig dagen en Nineve zal vergaan!'
De mensen van Nineve geloofden het woord van God;
ze riepen een vasten af
en van groot tot klein deden allen het boetekleed aan.
En God zag wat ze deden
en hoe ze zich van hun slecht gedrag bekeerden.
En Hij kreeg spijt dat Hij hun met de ondergang gedreigd had
en Hij voerde zijn dreiging niet uit.

 

1 Korintiërs 7,29-31

Tweede lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

 

De tijd is kort geworden, de wereld die wij zien gaat voorbij

 

Broeders en zusters,

De tijd is kort geworden.
Laten daarom zij die een vrouw hebben
zijn als hadden zij ze niet;
zij die wenen als weenden zij niet;
zij die zich verheugen als waren zij niet verheugd;
zij die kopen als werden zij geen eigenaar.
Kortom zij die met het aardse omgaan moeten er niet in opgaan;
want de wereld die wij zien gaat voorbij.

 

 

Marcus 1,14-20

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

 

'Komt, volgt Mij; Ik zal maken dat gij vissers van mensen wordt.'

 

Nadat Johannes was gevangen genomen
ging Jezus naar Galilea
en verkondigde er Gods Blijde Boodschap.
Hij zei:
'De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij;
bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.'
Toen Jezus eens langs het meer van Galilea liep
zag Hij Simon en de broer van Simon, Andreas,
terwijl zij bezig waren het net uit te werpen in het meer;
zij waren namelijk vissers.
Jezus sprak tot hen:
'Komt, volgt Mij;
Ik zal maken dat gij vissers van mensen wordt.'
Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem.
Iets verder gaande zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs,
en diens broer Johannes;
ook zij waren in de boot bezig met hun netten klaar te maken.
Onmiddellijk riep Hij hen.
Zij lieten hun vader Zebedeüs
met de dagloners in de boot achter en volgden Hem.

PDF-bestand van deze lezingen

 

Commentaar

- Jean Bastiaens -

Het is NU – of het is nooit!

In de 61e aantekening van zijn boekje over de Geestelijke Oefeningen beveelt Ignatius van Loyola een gebed aan. Hij zegt: blik eens terug op je leven, overschouw je leven als een film die voorbijtrekt, en ga dan in gesprek met GOD. Hij vervolgt: 'Ik zal Hem danken omdat Hij mij tot op vandaag in leven heeft gehouden.' Ignatius ondergraaft daarmee heel wat vooronderstellingen, zoals: het is vanzelfsprekend dat ik vandaag nog leef, ik heb recht op een lang leven, het is onrechtvaardig als ik vóór mijn hoge ouderdom zou komen te sterven. Ignatius stelt er iets voor in de plaats: iedere dag wordt je opnieuw gegeven, wees dankbaar om wat tot nu toe mogelijk is geweest. Maar wees ook dankbaar dat je vandaag nog leeft, in dit NU. Stel dat je vandaag het leven zou moeten verlaten, waarover zou je dan spijt hebben?
Met deze oefening probeert Ignatius om wie er voor open staat een mentale klik te laten maken. Alles komt van GOD. Wij leven uit GOD, en we leven naar GOD toe. Hoe zou mijn leven er ook anders uit kunnen zien, meer afgestemd op GOD en op het evangelie van zijn Zoon?
In het evangelie van deze zondag horen we dat Johannes de Doper gevangen is genomen. Zijn leven is onzeker, zijn dood ligt in het verschiet. Johannes heeft geen lang leven gehad. Maar hij heeft wel een leven geleid dat geworteld was in genade en waarheid. Is het je al eens opgevallen hoe merkwaardig Marcus die 'goede boodschap' laat beginnen? Juist: met de gevangenneming van de Doper. Ondanks wat de Doper overkomt, begint Jezus aan de verkondiging van Gods blijde boodschap. Het zal niet de eerste paradox zijn in het Marcusevangelie.
Laten we even kijken naar de eerste lezing die voor vandaag gekozen werd: de roeping van Jona. Jona is een Jood die niet naar zijn eigen volk gezonden wordt, maar naar 'de heidenen'. Voor ons heeft dat woord vandaag een negatieve bijklank, hoewel Paulus ons leert dat dit eigenlijk niet het geval is. Maar aan de Assyriërs had het volk Israël helemaal geen goede herinneringen, dat waren nog eens gojiem ('heidenen') van het wrede soort! Welnu, Jona wordt gezonden naar juist dit volk, en wel naar het machtscentrum, de grote stad Nineve. Wat zegt Jona aanvankelijk? 'GOD, ik naar Nineve? – ge zijt mesjogge!' En Jona was weg. Maar zo gemakkelijk was hij niet van GOD af!
De eerste lezing laat ons een Jona zien die zijn zending heeft leren aanvaarden. Hij gaat op reis naar Assyrië en trekt de 'geweldig grote stad' Nineve binnen. Hij moet daar voorwaar geen zoete broodjes verkopen. Zijn boodschap is: 'Nog veertig dagen en Nineve zal vergaan.' Dit is het moment waarop de inwoners van die stad de oefening doen die ook Ignatius later zal aanprijzen: stel dat mijn leven op het punt staat te eindigen – wat zal ik dan nog doen? De Ninevieten krijgen hun veertigdagentijd, zoals Mozes en Elia die ooit hadden, en zoals ook Jezus zijn veertigdagentijd zal krijgen. En wat doen de Ninevieten? Zij keren om! Ze gaan hun leven in een nieuw perspectief zien en keren zich af van hun slechte gedrag. En als de mens om keert, dan keert GOD zeker: 'Hij kreeg spijt dat Hij hun met de ondergang gedreigd had.'
Marcus vertelt ons over de zending van Jezus, over de blijde boodschap die Hij verkondigt tegen de achtergrond van de gevangenneming van de Doper. Ook hij roept op tot een ommekeer: laat de trein van je leven nu eens even tot stilstand komen, stop, denk na en stel je open voor iets nieuws dat beginnen kan. Dat nieuwe zal een ander leven zijn, een leven in de kracht van het koninkrijk van God.
Vanaf het begin betrekt Jezus medewerkers bij zijn zending. Merkwaardig wat we over hen te horen krijgen: het zijn voor zover we weten geen leden van een vrome beweging zoals die van de Farizeeën, het zijn geen Tora-geleerden, het zijn geen mensen van hoge komaf. Nee, het zijn gewoon vissers. De eersten die Jezus roept hebben enkel netten waarmee ze hun kost verdienen, de andere vissers zijn er wat beter aan toe, want zij hebben niet alleen netten, maar ook een boot en ze hebben dagloners in dienst. Het zijn deze mensen die Jezus roept: 'Keer je leven om! Vanaf NU wordt het anders. In het koninkrijk van God zullen jullie vissers van mensen worden.' En ze keren om, een nieuw leven tegemoet.

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.