B-cyclus zesde zondag door het jaar

Zondag 11 Februari 2018

  • Eerste lezing: Leviticus 13,1-2.45-46
  • Tweede lezing: 1 Korintiërs 10,31-11,1
  • Evangelielezing: Marcus 1,40-45
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Maak mij rein!

  

Leviticus 13,1-2.45-46

Eerste lezing uit Leviticus

 

Zolang de ziekte duurt is hij onrein; hij moet apart wonen en buiten het kamp blijven

 

De Heer sprak tot Mozes:
‘Heeft iemand een gezwel, uitslag of een vlek
op zijn huid
en gaat het lijken op huidziekte,
dan moet men hem bij de priester Aäron
of bij een priester van diens geslacht brengen.
Degene die aan huidziekte lijdt
moet in gescheurde kleren lopen
en zijn haren los laten hangen;
hij moet zijn baard bedekken en roepen:
Onrein, onrein!
Zolang de ziekte duurt is hij onrein;
hij moet apart wonen en buiten het kamp blijven.’

 

 

1 Korintiërs 10,31-11,1

Tweede lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

 

ik zoek niet mijn eigen voordeel maar dat van de gemeenschap

 

Broeders en zusters,

of gij dus eet of drinkt, of wat gij ook doet
doet alles ter ere Gods.
Geeft geen aanstoot,
noch aan Joden noch aan Grieken noch aan Gods kerk;
ook ik tracht allen zoveel mogelijk ter wille te zijn
en ik zoek niet mijn eigen voordeel
maar dat van de gemeenschap,
opdat allen gered worden.

Weest mijn navolgers
zoals ik het ben van Christus.

 

 

Marcus 1,40-45

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

 

Helende handen

 

 

In die tijd kwam er eens een melaatse bij Jezus
die op zijn knieën viel en Hem smeekte:
‘Als Gij wilt kunt Gij mij reinigen.’
Door medelijden bewogen stak Hij de hand uit,
raakte hem aan en sprak tot hem:
‘Ik wil, word rein.’
Terstond verdween de melaatsheid en was hij gereinigd.
Terwijl Hij hem wegstuurde vermaande Hij hem met klem:
‘Zorg ervoor dat ge aan niemand iets zegt,
maar ga u laten zien aan de priester
en offer voor uw reiniging wat Mozes heeft voorgeschreven,
om ze het bewijs te leveren.’
Eenmaal vertrokken
begon de man zijn verhaal overal in het openbaar te vertellen
en ruchtbaarheid aan de zaak te geven,
met het gevolg
dat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen,
maar buiten op eenzame plaatsen verbleef.
Toch kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe.

PDF-bestand van deze lezingen

 

INGESPROKEN LEZINGEN

 

 

COMMENTAAR

- Jean Bastiaens -

Maak mij rein!

 

Je zult, beste lezer, het mij niet kwalijk nemen dat ik altijd spreek over de Tora van Mozes, in plaats van over de Wet van Mozes. ‘Wet’ is gewoon geen goede vertaling voor wat het Hebreeuwse woord Tora betekent. Want de Tora bevat niet alleen voorschriften (geboden en verboden), maar ook verhalen, en samen vormen ze de ene Tora. Welnu, de Tora gaat over het leven. Alle aspecten van het leven komen erin aan de orde. Het is een boek met levenslessen. De eerste lezing van deze zondag komt uit het boek Leviticus, het derde boek van de Tora van Mozes. De hoofdstukken 13 en 14 beschrijven telkens situaties waarin iets of iemand tekenen vertoont van een soort uitslag of schimmel. In de Nieuwe Bijbelvertaling is daar één overkoepelend woord voor gevonden: het gaat over alles wat te doen heeft met vraat. Het kan gaan over vraat van de huid (huidvraat), maar ook over vreemde plekken op wollen of linnen stof of op leer enz. Zelfs een huis kan aangetast zijn door vraat. Natuurlijk is de beschrijving van de aantastingen, de schimmels of de ziekte niet die van vandaag, dat kan ook niet. Centraal staat de vraag: hoe gaan we om met zaken die besmettelijk zijn of met besmettelijke ziekten? Doorgaans is afzondering een noodzaak, zodat de besmetting niet verder om zich heen grijpt. De mensen die aan een huidziekte leden, moesten zich zoveel mogelijk afzonderen in het mensenverkeer. En van de cultische samenkomsten – in de tempel – waren ze buitengesloten zolang de ziekte duurde. Alleen een priester kon, na controle, een verklaring afgeven dat de persoon weer genezen was.

Ook in Jezus’ tijd kwamen er besmettelijke huidziekten voor. Meestal waren die te genezen, na verloop van tijd. Het ging dus lang niet altijd om ‘melaatsheid’ of lepra zoals we nu gewoon zijn te zeggen. Want lepra was toen eenvoudigweg niet te genezen. Bij de behandeling van huidziekten wilde men mensen niet zozeer sociaal isoleren, maar – zoals gezegd – in ieder geval cultisch isoleren. Kwestie van gezond verstand.

Het lectionarium spreekt van een ontmoeting tussen een ‘melaatse’ en Jezus. We kunnen niet weten of de man aan lepra leed of aan een andere, in die tijd wel te genezen huidziekte. Hoe dan ook: Jezus geneest de man. En Jezus drukt hem op het hart de voorgeschreven regels te volgen, en zich te gaan laten zien aan een priester, zodat die hem formeel rein kan verklaren. Daardoor kan de man weer volwaardig lid worden van de gemeenschap. In heel het verhaal is er geen spoor van conflict tussen Jezus en de Joodse gemeenschap – wie dat erin leest, leest zijn eigen gedachten.

Waar gaat het dan wel om? Al eerder hoorden we in het Marcusevangelie dat Jezus’ verkondiging van het koningschap van GOD twee dimensies kent: de dimensie van de verkondiging en de dimensie van het genezingswerk. De twee horen bij Marcus altijd samen. Als Jezus spreekt, gebeurt er iets. Het is een leer met gezag. We vernemen dat het initiatief in de ontmoeting van de zieke uitgaat. Hij heeft over Jezus, ‘het verhaal van een levende’, gehoord en is er innerlijk van overtuigd dat deze Jezus hem zal kunnen genezen. Er is maar één voorwaarde: Jezus moet het willen. Alles staat of valt met zijn woord. En zo gaat de man naar Jezus: ‘Als Gij wilt, kunt Gij mij rein maken.’ Wat doet dat met Jezus, deze ontmoeting? De Griekse brontekst heeft er een prachtig woord voor dat we als volgt kunnen weergeven: Jezus’ ingewanden beroeren hem. Vanuit de diepte van zijn wezen, daar waar de ingewanden zetelen, is Jezus met deze man begaan. En Hij laat zijn gevoelens toe, Hij steekt ze dus niet weg. Hij zegt eenvoudigweg: ‘Ik wil, word rein!’ En terstond was de man gereinigd. Hij kan dus weer volwaardig deelnemen aan het religieuze leven van de gemeenschap.

Wat doe je dan, als je leven getransformeerd is, als je een nieuwe mens bent geworden, een nieuwe schepping? Je bent natuurlijk uitzinnig van vreugde. We weten allemaal wat gezondheid voor een mens betekent, in alle opzichten. De man is een en al vreugde en bazuint het uit voor wie het maar horen wil.

Nochtans wil Jezus liever dat de zaak niet bekend raakt. Hij is immers geen wonderman, geen wandelend mirakel. Hij is mens met de mensen, dat maakt Hem bijzonder. Maar Hij vreest de menigte, de verhalen, de speculaties. Want alléén de demonen beseffen wie Jezus is. De anderen hebben daar nog geen flauw benul van. Maar hoe meer Jezus in de openbaarheid komt, hoe moeilijker het voor Hem wordt om ‘eenzame plaatsen’ te vinden – ook al heeft Hij die nog zo hard nodig.

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.