B-cyclus vijfde zondag door het jaar

Zondag 4 februari 2018

  • Eerste lezing: Job 7,1-4.6-7
  • Tweede lezing: 1 Korintiërs 9,16-19.22-23
  • Evangelielezing: Marcus 1,29-39
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Bidden & werken op het ritme van het leven

 

Job 7,1-4.6-7

Eerste lezing uit het boek Job

 

 's Avonds denk ik: wanneer wordt het morgen? en 's morgens: wanneer wordt het avond?

 

Job sprak:
'Moet de mens niet zwoegen op aarde,
dagen maken van een dagloner?
Hij snakt naar schaduw,
ziet verlangend uit naar betaling.
Zo ken ik vruchteloze maanden
en nachten lang van getob.
's Avonds denk ik: wanneer wordt het morgen?
en 's morgens: wanneer wordt het avond?
En zolang het licht is ben ik ziek van onrust.
Mijn dagen verschieten sneller dan een weversspoel,
ze lopen af, de draad is ten einde.
Bedenk dat mijn leven een ademtocht is,
dat mijn ogen het geluk niet meer zullen zien.'

 

 

1 Korintiërs 9,16-19.22-23

Tweede lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

 

 Met de zwakken ben ik zwak geworden

 

Broeders en zusters,

Dat ik het evangelie predik is voor mij geen reden om te roemen:
ik kan niet anders.
Wee mij als ik het evangelie niet verkondig!
Deed ik het uit eigen beweging dan had ik recht op loon;
maar zo is het niet:
het is een taak die mij is toevertrouwd.
Wat is dan mijn verdienste?
Dat ik het evangelie kosteloos verkondig
en geen gebruik maak van het recht aan de prediking verbonden.
Van allen onafhankelijk, heb ik mij de slaaf van allen gemaakt,
om er zoveel mogelijk voor Christus te winnen.
Met de zwakken ben ik zwak geworden
om de zwakken te winnen.
Alles ben ik voor allen
om er tot elke prijs enkelen te redden.
En ik doe alles voor het evangelie
om er ook zelf deel aan te krijgen.

 

 

Marcus 1,29-39

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

 

 Hij ging naar haar toe, pakte ze bij de hand en deed haar opstaan

 

In die tijd toen Jezus uit de synagoge kwam
ging Hij met Jakobus en Johannes
naar het huis van Simon en Andreas.
De schoonmoeder van Simon lag met koorts te bed;
zij spraken Hem aanstonds over haar.
Hij ging naar haar toe,
pakte ze bij de hand en deed haar opstaan;
zij werd vrij van koorts en bediende hen.
In de avond, na zonsondergang,
bracht men allen die lijdend of bezeten waren bij Hem.
Heel de stad stroomde voor de deur samen.
Velen die aan allerhande ziekten leden genas Hij
en Hij dreef tal van geesten uit,
maar Hij liet niet toe dat de boze geesten spraken,
omdat zij Hem kenden.

Vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op,
ging naar buiten en begaf zich naar een eenzame plaats
waar Hij bleef bidden.
Simon en diens metgezellen kwamen Hem achterop
en toen ze Hem gevonden hadden zeiden ze:
'Iedereen zoekt U.'
Hij antwoordde hun:
'Laten we ergens anders heen gaan,
naar de dorpen in de omtrek,
opdat Ik ook daar kan prediken.
Daartoe immers ben Ik uitgegaan.'
Hij trok door heel Galilea,
predikte in hun synagogen
en dreef de boze geesten uit.

PDF-bestand van deze lezingen

 

ingesproken lezingen

 

 

Commentaar

- Jean Bastiaens -

Bidden & werken op het ritme van het leven


We zijn vaak geneigd te denken dat de eerste lezing en het evangelie mooi op elkaar aansluiten, terwijl de tweede lezing er maar wat tussen hangt. Dat is lang niet altijd zo, bijvoorbeeld bij de lezingen van deze vijfde zondag niet. De lezing uit het boek Job staat een beetje apart: de tekst vertolkt de klacht van de mens die het niet meer ziet zitten. Het leven is een opgave die soms zwaar kan vallen. We hoeven dat niet te verdoezelen, en we kunnen gerust met onze vermoeidheid en depressiviteit tot bij God komen. We kunnen niet altijd in een hallelujastemming zijn, soms lange tijd helemaal niet. Het Oude Testament biedt ons een breed scala van teksten om woorden te vinden voor onze neerslachtigheid of gebrek aan uitzicht. Onder andere omwille van deze teksten is het Oude Testament onmisbaar voor een christen – maar daarover een andere keer meer.
Wat is dan de band tussen de lezing uit de eerste Korintiërsbrief en het evangelie? Het zou ons pas helemaal duidelijk worden als we eerst het evangelie zouden lezen en dan pas de Paulustekst! Paulus lijkt namelijk sterk op Jezus in zijn onweerstaanbare drang om 'het goede nieuws' (het evangelie) te brengen. Paulus zegt: ik kan gewoonweg niet anders dan doen waartoe ik mij geroepen voel. Als ik zou weglopen, zou GOD mij terugfluiten, zoals Hij met Jona deed. 'Wee mij als ik het evangelie niet verkondig!' Bovendien doet Paulus dat zo, dat zijn vrijheid en onafhankelijkheid op geen enkele manier in het geding kunnen komen. Paulus wil van geen broodheer weten. Als gevolg voorziet hij zelf in zijn levensonderhoud. Lucas vertelt ons dat Paulus leerbewerker van beroep was, zoals zijn vader dat waarschijnlijk ook was. Tarsus, de geboorteplaats van Paulus, was een belangrijke stad met een duidelijke Romeinse aanwezigheid. Het ligt voor de hand dat Paulus' vader voor een Romeins garnizoen werkte (reparaties van tenten e.d. ) – waar haalde hij anders dat Romeins burgerrecht vandaan? Goed, Paulus heeft zijn onafhankelijkheid veilig gesteld – om zo 'alles voor allen' te kunnen worden, ja zelfs 'slaaf' van allen, dat wil zeggen: in alles gericht op het dienen van de ander. In het bijzonder had Paulus daarbij oog voor de zwakken, voor hen die de 'redding' het meest nodig hadden. Het laatste zinnetje is subliem: 'En ik doe alles voor het evangelie om er ook zelf deel aan te krijgen.'
En Jezus? Marcus schetst ons een Jezus die onvermoeibaar is en zijn leven helemaal ten dienste stelt van de verkondiging van het goede nieuws. We zagen in de evangelielezing van vorige zondag al, dat verkondiging bij Jezus altijd een tweesnijdend zwaard is: Hij verkondigt het Woord (in of buiten de synagoge) en Hij geneest. Geef eens aandacht aan het tijdsverloop van het verhaal: Jezus komt uit de synagoge en gaat naar het huis van Simon waar Hij 'aanstonds' diens schoonmoeder geneest. Dan valt de avond en stroomt heel de stad voor het huis samen, en Jezus zet zijn genezingswerk voort. Diep in de nacht staat Hij op om te gaan bidden, totdat Hij gevonden wordt door zijn eerste vier leerlingen die niet kunnen begrijpen dat Jezus zich terugtrekt terwijl 'iedereen' naar Hem op zoek is. Jezus laat zich echter niet claimen, en Hij neemt de leerlingen mee naar andere plaatsen waar Hij het Woord moet verkondigen en mensen wil genezen. Er zit iets onrustigs in het tijdsverloop, hoewel Jezus juist diep in de nacht de rust zoekt – in Gods nabijheid, in het gebed 'op een eenzame plaats'. We horen welhaast de echo uit de tweede lezing opklinken: 'Ik kan niet anders!'
Bijzondere aandacht verdient de genezing van de schoonmoeder van Simon. Er is sprake van twee elkaar spiegelende handelingen. Eerst is er Jezus die naar haar toegaat, haar bij de hand pakt en haar doet opstaan: in de Griekse brontekst staat hier een werkwoord dat later ook gebruikt zal worden voor Jezus' opstanding uit de doden. De levensbedreigende ziekte verlaat de vrouw en zij staat op. Maar opstaan waartoe? Om te dienen. Ook hier vinden we in de Griekse brontekst weer een woord dat een sleutelterm is in het Marcusevangelie: dienen! (Vgl. Marcus 10,45)
Paulus en Jezus: twee 'zeloten', helemaal gericht op de verkondiging van Gods Koninkrijk – maar niet zonder aandacht voor het levensritme van handenarbeid en verkondigen, van bidden op een eenzame plaats en het zich geven aan de mensen, resoluut.

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.