B-cyclus vierde zondag door het jaar

Zondag 28 Januari 2018

  • Eerste lezing: Deuteronomium 18,15-20
  • Tweede lezing: 1 Korintiërs 7,32-35
  • Evangelielezing: Marcus 1,21-28
  • Ingesproken lezingen: /
  • Commentaar: Profeten leven uit Gods Aanwezigheid

 

Deuteronomium 18,15-20

Eerste lezing uit het boek Deuteronomium

 

Laat mij de stem van de HEER mijn God niet meer horen en dat grote vuur niet meer zien

 

Mozes sprak tot het volk en zei:
'Uit uw eigen broeders zal de Heer uw God
een profeet doen opstaan zoals ik dat ben,
naar wie gij moet luisteren.
Gij hebt dat immers bij de Horeb
op de dag van de samenkomst aan de Heer uw God gevraagd.
Toen hebt gij gezegd:
Laat mij de stem van de Heer mijn God niet meer horen
en dat grote vuur niet meer zien,
anders sterf ik.
De Heer heeft mij toen gezegd:
Zij hebben gelijk.
Ik zal uit hun broeders een profeet doen opstaan
zoals gij dat zijt.
Ik zal hem mijn woorden in de mond leggen
en hij zal hun alles zeggen wat Ik hem opdraag.
En van hem die geen gehoor geeft
aan de woorden die hij in mijn naam spreekt,
zal Ik zelf rekenschap vragen.
Is er een profeet die zich vermeet
in mijn naam te spreken zonder dat Ik hem opdracht heb gegeven,
of die spreekt in de naam van andere goden,
dan moet hij sterven, die profeet.'

 

 

1 Korintiërs 7,32-35

Tweede lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

 

De getrouwde man of vrouw heeft zorg voor aardse zaken en wil zijn vrouw, of haar man behagen

 

Broeders en zusters,

Ik zou willen dat gij zonder zorgen waart.
Wie niet getrouwd is heeft zorg voor de zaak des Heren,
hoe hij de Heer kan behagen.
Maar de getrouwde heeft zorg voor aardse zaken
en wil zijn vrouw behagen,
en zijn aandacht is verdeeld.
De vrouw die geen man meer heeft
en het ongehuwde meisje
hebben zorg voor de dingen van de Heer,
om heilig te zijn naar lichaam en geest.
De getrouwde vrouw wijdt haar zorgen aan aardse dingen
en zij wil haar man behagen.
Dit alles zeg ik tot uw bestwil,
niet om uw vrijheid aan banden te leggen;
het gaat mij alleen om de eerbaarheid
en om een onverdeelde toewijding aan de Heer.

 

Marcus 1,21-28

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

'Zwijg stil en ga uit hem weg.'

 

 

In die tijd kwamen Jezus en zijn leerlingen in Kafarnaüm,
en op de eerstvolgende sabbat ging Hij naar de synagoge
waar Hij als leraar optrad.
De mensen waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer,
want Hij onderrichtte hen niet zoals de schriftgeleerden
maar als iemand die gezag bezit.
Er bevond zich in hun synagoge juist een man
die in de macht was van een onreine geest
en luid begon te schreeuwen:
'Jezus van Nazaret, wat hebt Gij met ons te maken?
Ge zijt gekomen om ons in het verderf te storten.
Ik weet wie Gij zijt: de Heilige Gods.'
Jezus voegde hem toe:
'Zwijg stil en ga uit hem weg.'
De onreine geest schudde hem heen en weer,
gaf nog een luide schreeuw en ging uit hem weg.
Allen stonden zó verbaasd dat ze onder elkaar vroegen:
'Wat betekent dat toch?
Een nieuwe leer met gezag!
Hij geeft bevel aan de onreine geesten en ze gehoorzamen Hem.'
Snel verspreidde zijn faam zich naar alle kanten
over heel de streek van Galilea.

PDF-bestand van deze lezingen

 

 

Commentaar

- Jean Bastiaens -

Profeten leven uit Gods Aanwezigheid


Wat is een profeet? In Bijbelse zin is een profeet iemand die spreekt vanwege GOD en van GOD uit. Dat spreken staat helemaal los van het behagen van mensen. Het staat ook los van eigenbelang en zeker van eigenmachtigheid. Eerlijk gezegd: zo'n spreken kom je niet vaak tegen. Ons menselijk spreken is doorspekt van motieven allerlei, soms verborgen voor onszelf, van belangen die verdedigd moeten worden, van wensen die vervuld moeten worden. Daar is op zich niks mis mee. Een mens is juist mens door zijn concrete context, door zijn levensverhaal, door zijn verlangens, en ook door zijn mislukkingen. Als echter een profeet geroepen wordt, dan wordt hij (of zij) uit zijn gewone leven weggerukt. Amos zegt tegen de hogepriester Amasja : 'Ik ben helemaal geen profeet, en ook geen profetenleerling. Ik ben veeboer en vijgenteler. Maar de HEER heeft me van achter mijn schapen vandaan gehaald, en het is de HEER die tegen me heeft gezegd: Ga naar mijn volk Israël en profeteer daar.' (Amos 7,14-15) Profeten zijn lastpakken, voor anderen, maar soms ook voor zichzelf. De grootste profeet in Israël was ongetwijfeld Mozes. Héél de Tora – de eerste vijf boeken van het Oude Testament – laat zien wat het door GOD gezonden zijn met zich meebrengt: leiderschap, moed, passie, voorspraak, lijden, onmacht. Mozes heeft het allemaal verwezenlijkt. Het boek Deuteronomium staat mee in het teken van het afscheid van Mozes. Ook Mozes zal sterven, met het zicht op het beloofde land, maar met de onmogelijkheid om er zelf binnen te trekken.
Wat zal er gebeuren na de dood van Mozes? We horen in de eerste lezing het antwoord: GOD kent zijn mensen maar al te goed en weet dat het volk het niet zal redden zonder profeten. Daarom belooft GOD aan Mozes dat er ook ná hem profeten zullen opstaan: ook zij zullen de woorden spreken die GOD hun in de mond legt – ook als het harde en moeilijke woorden zijn.
In de evangelielezing uit Marcus zijn we getuige van twee manieren van spreken. We bevinden ons in de synagoge. Daar wordt gelezen uit de Tora en uit de profetische boeken. En daar hoort uitleg bij – vandaag is het niet anders. Deze uitleg wordt gegeven door Schriftgeleerden: mensen die thuis zijn in de Schriften en die zich toeleggen op permanent leren. Natuurlijk doen zij dat als mensen met hun eigen levensverhaal en hun eigen ideeën en verlangens – het kan niet anders. En dan verschijnt Jezus op het toneel. Hij valt onmiddellijk op. Je kunt dat hebben bij mensen: je komt iemand tegen en bent meteen onder de indruk, zonder dat die persoon nog maar iets gezegd heeft. Die ervaring hebben veel mensen bij Jezus gehad: Hij had een manier van doen en een manier van zijn die een grote Aanwezigheid verraadde. En als Hij onderricht gaf, deed Hij dat niet zoals de meesten dat deden. Het meest opmerkelijke aan Jezus was misschien wel de daadkracht van zijn woorden: als Hij sprak, gebeurde er iets. Het doet denken aan het scheppingsgedicht: GOD spreekt, en er ontstaat iets. Bij Jezus zien we dit gebeuren bij de genezing van een bezetene: 'Er bevond zich in de synagoge een man die in de macht was van een onreine geest'. De voorstelling van zaken is tijdgebonden, de realiteit uiteraard niet: in alle tijden, en ook vandaag, zijn mensen soms zo bezeten door iets dat ze er het noorden bij kwijt raken. Bezetenheid heeft altijd te maken met bepaalde vormen van onvrijheid: dwangmatige gedachten, onweerstaanbare impulsen, allerlei vormen van angst, maar ook het bezeten zijn door het streven naar geld, naar bezit, naar eer, naar macht. Het is van alle tijden! De bezetene heeft Jezus onmiddellijk in het oog: want deze man is zó vrij, dat hij onmiddellijk alle tekenen van onvrijheid ziet. En dus werpt 'de onreine geest' zich meteen naar voren en begint luidkeels te kermen dat Jezus zijn ondergang wil – wat ook het geval is. Extreme polen trekken elkaar aan. Maar Jezus wint het pleit.
Hoera voor Jezus! Wie is Hij toch? De mensen hangen aan zijn lippen – voorlopig toch!

Bij wijze van toegift, nog een kleine opmerking over de tweede lezing. Het is aangeraden deze tekst te interpreteren tegen de achtergrond van de lezing van de vorige zondag: De tijd is kort geworden! (...) Kortom: zij die met het aardse omgaan moeten er niet in opgaan; want de wereld die wij zien gaat voorbij. Paulus' besef van het einde dat voor de deur staat, is de sleutel voor de lezing van deze dag - anders mist men de boot!

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.