A-cyclus zevende zondag door het jaar

ZONDAG 19 FEBRUARI 2017

  • Eerste lezing: Leviticus 19,1-2.17-18
  • Tweede lezing: 1 Korintiërs 3,16-23
  • Evangelielezing: Matteüs 5,38-48
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: De Tora van Jezus

 

 

Leviticus 19,1-2.17-18

Uit het boek Leviticus

 

 

De HEER sprak tot Mozes:
"Zeg tot heel de gemeenschap van de Israëlieten:
Wees heilig, want Ik, de HEER uw GOD, ben heilig.
Wees niet haatdragend tegen uw broeder.
Wijs elkaar terecht:
dan maakt ge u niet schuldig aan de zonde van een ander.
Neem geen wraak op een volksgenoot
en koester geen wrok tegen hem.
Bemin uw naaste als uzelf.
Ik ben de HEER."

 

1 Korintiërs 3,16-23

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

 

 

Broeders en zusters,

Weet gij niet,
dat gij Gods tempel zijt
en dat de Geest van GOD in u woont?
Als iemand de tempel van GOD te gronde richt,
zal GOD hem te gronde richten.
Want de tempel van GOD is heilig,
en die tempel zijt gij.
Laat niemand zichzelf iets wijs maken.
Als iemand onder u wijs meent te zijn
- wijs namelijk volgens de normen
van deze tijd die voorbijgaat -
dan moet hij dwaas worden
om de ware wijsheid te leren.
De wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor GOD.
Er staat immers geschreven:
"Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid',
en elders:
"De HEER kent de gedachten van de wijzen.
Hij weet hoe waardeloos ze zijn.”
Laat daarom niemand zijn heil zoeken bij mensen.
Want alles is het uwe,
of het nu Paulus is of Apollos of Kefas,
wereld, leven of dood,
heden of toekomst,
alles is van u,
maar gij zijt van Christus
en Christus is van GOD.

 

Matteüs 5,38-48

Uit heilig evangelie van onze HEER Jezus Christus volgens Matteüs

 

 

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Gij hebt gehoord dat er gezegd is:
Oog om oog, tand om tand.
Maar Ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht,
maar als iemand u op de rechterwang slaat,
keer hem dan ook de andere toe.
Als iemand u voor het gerecht wil dagen
en uw onderkleed afnemen,
laat hem dan ook het bovenkleed.
Als iemand u vordert één mijl met hem te gaan,
ga er twee met hem.
Geeft aan wie u vraagt,
en wendt u niet af als iemand van u lenen wil.
Gij hebt gehoord dat er gezegd is:
Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten.
Maar Ik zeg u:
Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen,
opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel,
die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden
en het laat regenen
over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Want als gij bemint die u beminnen,
wat voor recht op loon hebt gij dan ?
Doen de tollenaars niet hetzelfde?
En als gij alleen uw broeders groet,
wat voor buitengewoons doet gij dan ?
Doen de heidenen dat ook niet?
Weest dus volmaakt,
zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.”

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Geef een oog voor een oog

De evangelielezing van deze zondag gaat verder waar we de vorige week gestopt waren: Jezus geeft nog twee concretiseringen van de manier waarop Hij met de Tora omgaat. De Tora is een reisgids die GOD aan zijn volk schenkt. Zo’n reisgids wijst je de weg, maar kan niet voorkomen dat je onvoorziene moeilijkheden of uitdagingen tegenkomt. De Tora moet dus geïnterpreteerd worden, anders blijft het te zeer een tekst uit het verleden. Jezus wijst ons de weg voor een goede, levengevende interpretatie.

We nemen eerst de tweede concretisering onder de loep. Jezus citeert de Tora: ‘Gij zult uw naaste beminnen.’ En Hij voegt er iets aan toe wat niet in de Tora staat: ‘En gij zult uw vijand haten.’ Wat is hier aan de hand? Om deze vraag te beantwoorden, hebben we de eerste lezing uit het boek Leviticus nodig. Daar vinden we de oproep – die ook Jezus zo nauw aan het hart ligt, zoals vorige zondag bleek – om ‘niet haatdragend te zijn jegens een broeder of zuster’. Maar men moet ook niet alles laten passeren, en de moed hebben om elkaar terecht te wijzen – gewis een delicate opdracht die misschien niet zo vaak in praktijk wordt gebracht. En de derde oproep luidt dat men niet op wraak uit moet zijn, wat ook niet zo gauw zal gebeuren wanneer men de gulden regel toepast: ‘Bemin uw naaste als uzelf.’ Een schitterende bladzijde uit de Tora!

Toch schuilt er hier een addertje onder het gras. Reeds in de tijd van Jezus discussieerden de Joodse geleerden over de vraag wat dat ‘als uzelf’ in ‘bemin uw naaste als uzelf’ precies inhield. Moet je alleen beminnen die is ‘als jijzelf’, dus alleen je eigen volksgenoot? Moet een Jood alleen een Jood beminnen als zichzelf, moet een christen alleen een medebroeder of –zuster beminnen als zichzelf? Sommige geleerden beaamden dit, maar anderen vonden dit een te beperkte uitleg. Want mijn naaste kan ook een vreemdeling blijken te zijn, of iemand van een andere levensbeschouwing – ook hen zou ik moeten beminnen als mezelf.

Jezus sluit zich aan bij deze tweede richting. Hij citeert de uitleg van de eerste groep geleerden door het zinsdeel ‘als uzelf’ uit te leggen als: en dat zou betekenen dat je je vijand mag haten. Nee, zegt Jezus, ook wie je vijand is moet je kunnen beminnen als jezelf, want ook je vijand is een mens zoals jij. Dat is natuurlijk geweldig radicaal van Jezus, maar wie erover nadenkt moet besluiten dat het zuivere waarheid is: geen enkel mens mag blijvend en ten gronde gehaat worden, want ieder mens – wat hij ook gedaan heeft – blijft een mens, en dus een schepping Gods. Natuurlijk is dit geen vrijbrief voor naïeve toepassingen.

De tweede concretisering is de moeilijkste van de zes, omdat zij het meest verkeerd begrepen is. Opnieuw citeert Jezus de Tora: ‘Gij hebt gehoord dat er gezegd is: oog om oog, tand om tand.’ Dit citaat komt uit het boek Exodus (21,18-27) en uit het boek Leviticus (24,17-22) en maakt daar deel uit van een langere reeks: ‘Leven om leven, hand om hand, brandwonde om brandwonde, striem om striem enz.’ De vertaling is echter misleidend. Wie de teksten uit Exodus en Leviticus bestudeert, komt tot de conclusie dat het steeds gaat om gevallen van schadevergoeding: wanneer ik iemand een letsel heb toegebracht – een oog verminkt, een tand uitgeslagen, een voet verminkt, een striem gegeven – dan moet ik daarvoor een door de rechter opgelegde schadevergoeding betalen. Om dit beter tot uitdrukking te laten komen, heeft de Nieuwe Bijbelvertaling dit als volgt vertaald: een oog voor een oog, een tand voor een tand, een striem voor een striem enz. En de bedoeling is niet dat ik het recht heb voor een bij mij uitgeslagen oog bij de ander ook een oog uit te slaan. Nee, de tekst redeneert vanuit de dader, niet vanuit het slachtoffer: wanneer je aan iemand oogletsel hebt toegebracht, moet je zoveel schadevergoeding betalen dat je hem als het ware zijn oog teruggeeft: een oog voor een oog! Het gaat dus om compensatie.

Jezus citeert niet de hele reeks, maar kort hem af door alleen het oog en de tand te noemen. Maar uit zijn commentaar hierbij, blijkt dat Hij eigenlijk een ander zinsdeel uit de reeks op het oog heeft: ‘een striem voor een striem’. Dit slaat op situaties waarin iemand een ander met de vlakke hand op het gezicht slaat, zoals blijkt uit de oude Joodse commentaren. Zoiets laat geen blijvend letsel na en vraagt ook meestal geen compensatie op vlak van medische verzorging. Maar het is wel een uiterst vernederende daad. Welnu, helemaal in de lijn van zijn actieve geweldloosheid, vraagt Jezus van zijn leerlingen om geen schadevergoeding te vragen voor de smaad, maar de dader te confronteren met zijn gewelddadig gedrag door hem de andere wang toe te keren. Groots!

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.