B-cyclus tiende zondag door het jaar

 

ZONDAG 6 JUNI 2021

  • Eerste lezing: Genesis 3,9-15
  • Tweede lezing: 2 Korintiërs 4,13 – 5,1
  • Evangelielezing: Marcus 3,20-35
  • Ingesproken lezingen (uit de NBV)
  • Commentaar: Jezus op het tweede gezicht

 

GENESIS 3,9-15

Eerste lezing uit het boek Genesis 

Nadat Adam van de boom gegeten had, riep de Heer God de mens en vroeg hem:
„Waar zijt gij?"
Hij antwoordde: „Ik hoorde uw donder in de tuin en toen werd ik bang,
omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen."
Maar de Heer God zei:
„Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt?
Hebt ge soms gegeten van de boom die Ik u verboden heb?"
De mens antwoordde:
„De vrouw die Gij mij als gezellin gegeven hebt,
zij heeft mij van die boom gegeven en toen heb ik gegeten."
Daarop vroeg de Heer God aan de vrouw:
„Hoe hebt gij dat kunnen doen?"
De vrouw zei: „De slang heeft mij verleid en toen heb ik gegeten."
De Heer God zei toen tot de slang:
„Omdat ge dit gedaan hebt,
zijt gij vervloekt onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten!
Op uw buik zult ge kruipen
en stof zult ge vreten, alle dagen van uw leven!
Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw,
tussen uw kroost en het hare.
Het zal uw kop bedreigen en gij zijn hiel!"

 

2 KORINTIËRS 4,13 – 5,1

Tweede lezing uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,
Wij bezitten die geest van geloof waarover geschreven staat:
Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken.
Ook wij geloven en daarom spreken wij.
Want wij weten dat Hij die de Heer Jezus heeft opgewekt,
ook ons met Jezus ten leven zal wekken en ons naar zich toe zal voeren,
samen met u.
Want alles gebeurt voor u,
opdat de genade onder steeds meer mensen verbreid raakt
en zij de dankbaarheid doet toenemen,
tot eer van God.
Nee, wij geven de moed niet op.
Al gaan wij ook ten onder naar de uitwendige mens,
de innerlijke mens vernieuwt zich van dag tot dag.
De lichte kwelling van het ogenblik
bezorgt ons een alles overtreffende volheid van eeuwige glorie.
Wij houden het oog niet op het zichtbare maar op het onzichtbare gericht;
want het zichtbare gaat voorbij maar het onzichtbare duurt eeuwig.
Wij weten immers:
als ons aardse huis, een tent, wordt afgebroken,
heeft God voor ons een woning
die niet door mensenhanden is gemaakt,
een eeuwig huis in de hemel.

 

MARCUS 3,20-35

Lezing uit het evangelie volgens Marcus

In die tijd ging Jezus naar huis
en weer stroomde zoveel volk samen
dat zij niet eens gelegenheid hadden om te eten.
Toen zijn verwanten dit hoorden, trokken zij erop uit om Hem mee te nemen,
want men zei dat Hij niet meer bij zijn verstand was.
De Schriftgeleerden die uit Jeruzalem gekomen waren,
zeiden dat Beëlzebub in Hem huisde
en dat Hij door middel van de vorst der duivels de duivels uitdreef.
Hij riep hen bij zich en sprak tot hen in gelijkenissen:
„Hoe kan de ene satan de andere uitdrijven?
Wanneer een rijk innerlijk verdeeld is, kan dat rijk geen stand houden.
Wanneer een huis innerlijk verdeeld is, zal dat huis geen stand kunnen houden.
En wanneer de satan opstaat tegen zichzelf en verdeeld is, kan hij geen stand houden,
maar is zijn einde gekomen.
Bovendien, niemand kan binnendringen in het huis van een sterke om zijn huisraad te roven
als hij niet eerst die sterke heeft gebonden.
Dan pas kan hij zijn huis leeghalen.
Voorwaar, Ik zeg u: alle zonden zullen aan de mensen vergeven worden,
ook alle godslasteringen die zij uitgesproken hebben,
maar als iemand lastert tegen de heilige Geest krijgt hij in eeuwigheid geen vergiffenis;
hij is bezwaard met een eeuwig blijvende zonde."
Dit omdat zij gezegd hadden: „Er huist een onreine geest in Hem."
Eens kwamen zijn moeder en zijn broeders,
en terwijl zij buiten bleven staan, stuurden ze iemand naar Hem toe om Hem te roepen.
Er zat veel volk om Hem heen, dat het bericht doorgaf:
„Uw moeder en uw broeders daarbuiten vragen naar U."
Hij gaf hun ten antwoord: „Wie is mijn moeder, wie zijn mijn broeders?"
En terwijl Hij zijn blik liet gaan over de mensen die in een kring om Hem heen zaten, zei Hij:
„Ziehier mijn moeder en mijn broeders.
Want mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij die de wil van God volbrengen."

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen
(uit de nieuwe bijbelvertaling)

 

 

- COMMENTAAR bij de lezingen -

Jean Bastiaens

Jezus op het tweede gezicht


Als Jezus in onze tijd zou optreden, zouden wij dan niet net zo reageren als zijn verwanten en zeggen: die man is niet bij zijn verstand!? Kijk eens hoe hij leeft: als een vrijbuiter, iemand die eet en drinkt met zondaars, iemand die het gezag ondermijnt, iemand die zich boven de regels stelt, iemand die zich heel wat aanmatigt en bovendien het schorem van de straat tot zijn aanhang rekent... Hij stelt armoede boven rijkdom, hij prijst de zondaars en bekritiseert de rechtvaardigen, hij werkt de leiders permanent op de zenuwen! De messias van Israël? Laat me niet lachen!
Maar als Jezus nu eens in Colombia zou optreden, of in Mali, of op de verre plattelandsgebieden van China: misschien zouden de mensen Hem daar wel herkennen. Ze zouden zeggen: die man heeft tenminste lef, en lef is toch Hebreeuws voor 'hart'!? Wij voelen ons door hem erkend, serieus genomen, hij herstelt ons in onze waardigheid. Hij neemt het op voor de kleinen, en durft de machtigen en de rijken in de ogen te kijken.
Als we het evangelie van deze zondag lezen, zien we dat Jezus het inderdaad niet onder de markt heeft gehad: noch zijn verwanten – geen Sant in eigen land! – noch de Schriftgeleerden uit de heilige Stad kunnen Hem uitstaan. Hij verzamelt wel veel volk rond zich, maar wat voor een volk! Zijn verwanten vinden dat Jezus het te hoog in zijn bol heeft, terwijl de Schriftgeleerden een hele stap verder gaan: zij erkennen dat Jezus mensen geneest, maar wijten dit aan het feit dat Hij bezeten is door de vorst van de demonen en juist daardoor de demonen weet te bezweren. Het is een slimme redenering, waarmee ze Jezus schaakmat trachten te zetten. Kan Hij zich nog verweren?
Jezus reageert wel degelijk. Hij is niet alleen kwaad, Hij is razend! Wat zijn dat voor mensen die het goede weten voor te stellen als het kwade!? Hoe vertroebeld moet je geest zijn, om genezing en bevrijding van mensen toe te schrijven aan de macht van de boze genius? De woede van Jezus blijkt uit het onverbiddelijke van zijn uitspraak: 'Wie zondigt tegen de heilige Geest, krijgt in eeuwigheid geen vergiffenis.'
We stuiten op de weerstand die het optreden van Jezus heeft opgeroepen. De lezing laat ons aanvoelen hoe moeilijk het soms geweest moet zijn voor Jezus en zijn leerlingen. Bij Johannes horen we Jezus op een gegeven moment tegen zijn leerlingen zeggen: 'Wilt ook gij mij verlaten?' Maar er zijn er, die midden in de sfeer van verdachtmakingen en spot weten: 'Gij hebt woorden van eeuwig leven – tot wie zouden wij anders gaan?'
Jezus roept verzet op. Dat is een gegeven, en het is van alle tijden. Ook bij ons, zijn leerlingen, roept Hij verzet op. Want Hij is ons altijd voor. Als wij denken dat we genoeg hebben gedaan, heeft Hij al een nieuwe stap gedaan. Of we dachten dat we het zo goed deden en zo goed bedoelden – en dan worden we door Hem ontmaskerd.
Wat hebben we nodig om Jezus te leren kennen zoals Hij is? Een tweede oog. Of noem het de noodzaak om opnieuw geboren te worden. Van nature lijken wij mensen eraan gewoon de dingen op het eerste gezicht te bekijken. De werkelijkheid is plat. We worden geboren en we sterven, en daartussen in moeten we er maar iets van zien te maken. Deze mens heet Adam. Hij weet dat het eten van de vrucht zijn ogen heeft geopend: ik ben een naakte mens, en ik schaam me, en verberg me, en probeer me anders voor te doen dan ik ben. Adam moet leven met het besef van de eindigheid van alle dingen, en vooral ook de dubbelzinnigheid van alle dingen, vooral de dubbelzinnigheid van de seksualiteit. Adam weet wel dat hij tekort
schiet, maar hij schuift het van zich af, en wijst naar de vrouw. En Eva wijst naar de slang. De menselijke zelfverdediging heeft nog nooit hoge toppen geschoren!
Paulus zegt: Inderdaad, naar de uitwendige mens gaan wij ten onder! Maar niet als wij verder leren kijken. Niet als wij, aan alle ergernis voorbij, Jezus bij ons in huis ontvangen zoals Zacheüs dat gedaan heeft. Niet als wij, aan onze hoogmoed en opgedraaid zelfbeeld voorbij, Jezus leren zien als iemand die werkelijk geneest en vrede brengt in ons hart. Maar dan moeten wij onze kijk op Jezus vernieuwen. Dan moeten we niet buiten blijven staan – zoals Jezus' verwanten – maar bereid zijn onze vooroordelen los te laten, en binnen te gaan.

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.