B-cyclus elfde zondag door het jaar

ZONDAG 17 JUNI 2018

 

  • Eerste lezing: Ezechiël 17,22-24
  • Tweede lezing: 2 Korintiërs 5,6-10
  • Evangelielezing: Marcus 4,26-34
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Terwijl de boer slaapt

 

 

EZECHIËL 17,22-24

Eerste lezing uit het boek Ezechiël

 

Ikzelf zal uit de top van een hoge ceder een takje nemen en dat in de grond zetten

 

Zo spreekt de Heer God:
Ikzelf zal uit de top van een hoge ceder een takje nemen
en dat in de grond zetten;
van de bovenste scheuten zal Ik een twijgje plukken
en Ikzelf zal het planten op een hoog oprijzende berg;
op de hoge bergen van Israël zal Ik het planten.
Het zal loten voortbrengen,
vrucht vormen en een prachtige ceder worden.
Daaronder zullen allerlei soorten vogels nestelen;
in de schaduw van zijn takken zullen ze nestelen.
Dan zullen alle bomen in het veld erkennen dat Ik, de Heer,
een hoge boom vernederd en een lage boom verheven heb,
en dat Ik een sappige boom heb laten verdorren
en een dorre boom tot bloei gebracht heb.
Ik, de Heer, heb het gezegd en Ik zal het doen."

 

 

2 KORINTIËRS 5,6-10

Tweede lezing uit de tweede brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinte

 

Wij leven in geloof, niet in de aanschouwing.

 

Broeders en zusters,

Daarom houden wij altijd moed, ook al weten we dat wij,
zolang we huizen in het lichaam,
in den vreemde zijn, ver van de Heer.
Wij leven in geloof, niet in de aanschouwing.
Maar we houden moed
en zouden liever vertrekken uit dit lichaam
en intrekken bij de Heer.
Daarom is het onze enige ambitie Hem te behagen,
of we nu thuis zijn of in den vreemde.
Want wij allen moeten voor Christus' rechterstoel verschijnen,
opdat ieder het loon ontvangt
voor wat hij in dit leven heeft gedaan, goed of kwaad.

 

 

MARCUS 4,26-34

Lezing uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Marcus

 

Het koninkrijk God is als een mosterdzaadje dat in de aarde gezaaid wordt.

 

In die tijd zei Jezus:
'Met het koninkrijk van God gaat het als met iemand
die zaad op zijn land heeft gestrooid.
Hij slaapt en waakt, nacht na nacht en dag na dag,
en het zaad ontkiemt en schiet op, zonder dat hij weet hoe.
Vanzelf draagt de aarde vrucht,
eerst de groene spriet, dan de aar,
dan het graan in de volle aar.
Wanneer de vrucht zover is,
slaat hij er meteen de sikkel in,
omdat het tijd is voor de oogst.'
Ook zei Hij:
'Waarmee zullen we het koninkrijk van God vergelijken,
of met welke gelijkenis geven we het weer?
Het is als een mosterdzaadje dat in de aarde gezaaid wordt.
Het is het kleinste van alle zaden op aarde,
maar als het gezaaid is, komt het op
en wordt het groter dan alle andere struiken
en het krijgt grote takken,
zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen.'
Met veel van dergelijke gelijkenissen predikte Hij het woord,
voor zover ze in staat waren het te horen.
Zonder gelijkenis sprak Hij niet tegen hen,
maar als ze onder elkaar waren,
legde Hij zijn leerlingen alles uit.

 

 PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

 

COMMENTAAR

Jean Bastiaens

Terwijl de boer slaapt

Toen ik nog een scholier was, ging ik soms neuzen in de boekenkast van mijn moeder. Mijn moeder studeerde in die tijd theologie, aan de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat in Heerlen. Ze was een van de allereerste vrouwen – leken! – die samen met de seminaristen en priesterkandidaten van religieuze ordes in de schoolbanken zat. Het was eind jaren zestig, begin jaren zeventig. De tijd van het aggiornamento van Johannes XXIII. Een mooie tijd! Zo vond ik een keer in haar kast een boek met de titel Terwijl de boer slaapt. Het was van de hand van Jan Nieuwenhuis. Ik weet niet zo veel meer van de inhoud van dat boek, maar de titel is me altijd bijgebleven. Ik vond het een geruststellende titel: er is heel veel dat 'ondergronds' gebeurt, zonder dat wij er iets voor hoeven te doen. Of ook: het leven is vooral gave, elke dag leven we van wat ons overkomt en ons komt aangewaaid. Terwijl de boer slaapt, schiet het graan vanzelf op. Als hij opstaat, kijkt hij verrukt uit zijn ogen om wat er die nacht gegroeid is.
Dat is de eerste gelijkenis die we Jezus deze zondag horen vertellen. Het handelen van de boer beperkt zich tot twee zaken: zaaien en oogsten. En alles wat zich daartussen afspeelt, doet de aarde uit eigen kracht. Het mooiste zinnetje staat er direct voor: de boer slaapt en staat op enzovoort, en onderwijl kiemt het zaad en schiet op, maar hij weet niet hoe. Hij hoeft het ook niet te weten, want de aarde weet zelf wel hoe zij het zaad tot kiemen moet brengen.
Jezus vertelt een gelijkenis. Hij wil duidelijk maken hoe het Koninkrijk van GOD werkt. Want dat Koninkrijk staat voor een dynamische werkelijkheid, het heeft te maken met dingen die wij kunnen doen en met dingen die wij niet hoeven te doen. Er staat geen uitleg bij de gelijkenis, maar op het einde horen we dat Jezus, eenmaal alleen met zijn leerlingen, van alles uitleg geeft. De evangelist Marcus wil ons blijkbaar stimuleren om de uitleg zelf te geven, opdat de gelijkenis zijn kracht kan doen gelden in ons leven zoals het zich hier en nu voordoet.
Vertelt de gelijkenis misschien ook iets over Jezus zelf en zijn verkondiging van het Koninkrijk van GOD? De komst van het Koninkrijk heeft zijn eigen wetmatigheid. Wij kunnen de gestalte van het Koninkrijk niet bepalen. Jezus zaait het zaad en het ontkiemt in de harten van mensen en doet daar zijn werk. Ontelbaar zijn de mensen die zich in hun handel en wandel laten inspireren door Jezus, we hebben er dikwijls geen weet van. We moeten het ook niet weten. Maar op een dag, wanneer alles voltooid is, zal blijken hoe het zaad dat Jezus gezaaid heeft kiemkracht heeft gehad in mensen. Als die tijd daar is, zal er een rijke oogst worden binnengehaald. Zo beschouwd, relativeert de gelijkenis de krampachtige pogingen van kerkmensen om het Koninkrijk uit te drukken in getallen en percentages ('met hoevelen zijn we nog?').
Maar je kunt de gelijkenis ook toepassen op je eigen leven. En dat op tweevoudige wijze. Jezus zaait het zaad in mij, en ik stel mij open voor zijn woord. Ik probeer zijn woord te onthouden en het in praktijk te brengen – en toch hoeft dat niet krampachtig te gebeuren. Want het woord heeft zijn eigen groeikracht, en ik weet niet hoe het in mij werkt en wat het allemaal uitwerkt. Ook dat relativeert mijzelf. Anderzijds kun je jezelf identificeren met de boer die zaait: je verkondigt het Koninkrijk van GOD, in daden en misschien ook in woorden, maar over de uitwerking van die activiteit kom je niet zoveel te weten. Dat komt omdat we groeikracht van het zaad nooit goed kunnen inschatten. Maar we mogen er wel op vertrouwen dat die groeikracht er is. Meer nog: het kan in ons het besef wakker roepen dat we vooral GOD niet voor de voeten moeten lopen, want de groeikracht is zijn domein. En ook hier kan de actieve zeloot zich ontspannen: het Koninkrijk van GOD kunnen we niet zelf gestalte geven, het is een realiteit die aan elke menselijke controle ontsnapt. Deze gelijkenis zal misschien vooral diegene aanspreken die al wat levenservaring heeft opgedaan.
Misschien herkennen anderen zich sterker in de gelijkenis over het mosterdzaadje. Ook hier gaat het over 'zaaien' en 'opschieten', maar de nadruk ligt nu op het contrast: het Koninkrijk van GOD begint vaak met iets dat onooglijk klein is – een handeling in het verborgene, een geste die ongezien blijft, een teken dat in het voorbijgaan gesteld werd – maar het kan eindigen in iets groots. Hoe ziet dat grootse eruit? Het lijkt op een uit de kluiten gewassen struik die een hele zwerm mussen kan herbergen. Ach, je hebt er soms geen idee van hoe je een herbergzaam mens kunt zijn!

PDF-bestand van dit commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.