Vragen en antwoorden bij de parabels

Parabels

Vraag 1

Waarom zouden we over de parabels spreken?

1 A. Omwille van de kracht van die verhalen.

Parabels horen thuis in een vertelcultuur. Sommigen kijken misschien minachtend neer op al die verhaaltjes uit de Bijbel, maar ze hebben ongelijk, want verhalen zijn krachtig en veel welsprekender dan geleerde theoretische uiteenzettingen.

1 B. Omdat je Jezus zo beter leert kennen.

Het is het belangrijk om Jezus zelf aan het Woord te laten. Dat doen we door stil te staan bij de gelijkenissen en de parabels, want daar hoor je Jezus. Parabels en gelijkenissen behoren tot het meest oorspronkelijke deel van Jezus' optreden. Het was zijn typische, joodse manier van onderrichten. De parabels dienen inderdaad om zijn boodschap te verduidelijken en toegankelijk te maken, ook voor eenvoudige mensen.
Ze geven ook een inkijk in de intieme relatie van Jezus met zijn Vader. Hij heeft het altijd over gratuite en uiteindelijk onherleidbare liefde, die geeft zonder te meten. Jezus blijft ons zonder ophouden uitnodigen om deze liefde tot de maatstaf van ons leven te maken.

1 C. Omwille van de blijvende actualiteit van de parabels.

We opteren voor een contextuele leesmethode, waarbij we allereerst rekening houden met de evangelische context van de gelijkenis (zoals ze oorspronkelijk bedoeld werd), maar daarnaast ook met de context van de hedendaagse lezer (alsof de parabel door Jezus in deze tijd werd uitgesproken en aan onszelf werd gericht). De gelijkenissen zouden ons immers ook vandaag aan het denken moeten zetten. Ze zijn actueler dan we vermoeden als we ze tenminste existentieel lezen en op ons eigen leven durven toepassen.

1 D. Omwille van de vragen in het leerplan.
1. Hoe Jezus leren kennen?

Bij Jezus valt onder andere op (cf. p. 20)
  • dat Hij in alles verrast, vernieuwt, verdiept, bemint, en dat Hij spreekt vanuit zijn verbondenheid met de Vader;
  • dat Hij dikwijls woorden en beelden uit het dagelijks leven gebruikt om beslissende dingen over God te zeggen (cf. de methode van de parabels);
  • dat Hij vertrekt vanuit concrete situaties en personen. Hij neemt mensen zoals ze zijn. Zonder etiketten. Zonder vooroordelen;
  • dat Hij mensen met hun doen en laten in vraag stelt. Hij komt altijd aan met een aanbod dat leven bevordert. Hij geeft zijn eigen mening, standpunt te kennen - maar laat mensen vrij. Hij legt hun iets voor, maar Hij legt hun nooit iets op! Hij stelt mensen voor keuzen, maar daarin laat Hij mensen vrij;
  • dat Hij aanvaardt dat een mens zijn eigen levensweg gaat, de loop van zijn eigen geschiedenis volgt. Maar Hij nodigt hem uit om zijn levensgeschiedenis op een Andere manier te bekijken, op de manier waarop Hij - Jezus - haar bekijkt: een geschiedenis waarin God aanwezig is;
  • dat Hij mensen leert om op een 'andere' manier te kijken: Hij geeft ons 'nieuwe ogen' om te kijken, 'nieuwe oren' om te horen ...;
  • dat Hij met heel wat uitspraken uitdaagt met als bedoeling de draagwijdte en de kracht van de liefde te openbaren. Dat is de profetische dimensie van de parabel. Jezus formuleert deze kracht in woorden, maar Hij geeft ze metterdaad gestalte in zijn daden en door zijn dood op het kruis.

2. Wat is de betekenis van de verhalen en het spreken in parabels? (In de eerste graad)

  • 1b Verhalen p. 69:
    Jezus als verteller van verhalen; Jezus spreekt in parabels
  • 1a Tijd p. 88:
    Het spreken in parabels
  • 1a verhalen p. 88:
    Wat doen verhalen met mensen? Levensbeschouwingen zijn verhalen van gegrepen zijn; De Bijbel, het verhaal van God met (concrete) mensen.

3. Hoe benadert en ontmoet Jezus de mensen? (In de tweede graad)

  • 4ASO Ontmoeten p. 111: Jezus' spreken in parabels

4. Hoe verwoorden wat Jezus ter harte gaat en wat christen zijn betekent? (In de derde graad)

  • 6ASO Leven als christen p. 122:
    Het karakteristieke van het christelijk leven verwoorden vanuit het Marcusevangelie (Wie zeggen jullie dat Ik ben?; Vragen van en aan Jezus; de weg die Jezus gaat; geloof als engagement).
  • 6BSO Kijk op leven, vraag naar zin p. 150:
    Doorheen het evangelie een rijke kern van zingeving aangeven.
    Het Marcusevangelie benaderen in kleinere stukken vanuit de opdracht: welke vragen worden gesteld door en aan Jezus (wenken 14)?
  • 6TSO Liefde en eenzaamheid p. 176:
    De parabels van de verloren zonen (Lc. 15) en de barmhartige Samaritaan (Lc. 10)
  • 7 jaar Groeien in persoonlijk engagement p.189:
    Lezen van Bijbelverhalen als spiegel voor mensen op zoek naar zichzelf.
  • 7 jaar Beginnend levensbeschouwelijk engagement p. 195:
    Bijbelverhalen als neerslag van Godservaringen van mensen.

Vraag 2

Parabels horen thuis in een vertelcultuur. Waarom zijn verhalen zo krachtig?

2A. Het parabelonderricht van Jezus past helemaal bij de verhalende mentaliteit van de oosterse mens, die op vele punten anders is dan de westerse mens.

Voor ons, moderne mensen, bekend met de eisen van de historische wetenschappen is het vaak moeilijk een "vertellende cultuur" te begrijpen. In zo"n cultuur worden de diepste levensgeheimen in verhalen en parabels vertolkt. Wij hebben blijkbaar de 'narratieve' onschuld verloren.
Ook het Nieuwe Testament dat ons verhaalt over Jezus, staat in een "narratieve cultuur", niet in een cultuur als de onze, die de verhalende onschuld heeft vervangen door historische wetenschappen. We kunnen het ene noch het andere verwaarlozen. Voor ons is het verhaal - ook het Jezusverhaal - pas dan goed te beluisteren, als wij tot een tweede naiviteit, een tweede verhalende onschuld komen, dat wil zeggen wanneer wij door de geschiedeniswetenschap en de kritiek heen zijn gegaan, en zo terugkeren tot een 'verhalende onschuld', die dan zelf haar kritische kracht herwint op wetenschap en kritiek. Dan moeten we, bewust van de narratieve cultuur der oudheid, allereerst naar de evangelieteksten gaan met de vraag: wat willen deze evangelien eigenlijk verhalen, als zij bv. de parabels en de wonderdaden van Jezus vertellen? (Edward Schillebeeckx, 1974)

Het parabelonderricht van Jezus past helemaal bij de verhalende mentaliteit van de oosterse mens, die op vele punten toch anders is dan de westerse mens. Deze is onrustig en heeft nergens tijd voor. In deze jachtige levensstijl is hij erg zakelijk geworden. Hij denkt nuchter en koel, liefst in cijfers en formules. In een gesprek wil hij onmiddellijk de hoofdzaak voor zich zien in een korte, bondige en klare formulering of definitie. De oosterse mens daarentegen leeft langzamer, denkt als het ware ook langzamer en heeft tijd genoeg. Met een gekende boutade zou je kunnen zeggen: de westerse mens heeft het uurwerk, de oosterse mens heeft de tijd. Hij heeft tijd voor verhalen, om ze te vertellen en om ernaar te luisteren. Hij heeft meer fantasie, gebruikt een overvloed van woorden en houdt van beeldrijke en symbolische taal. (Sylvester Lamberigts, 2006)


2B. Tussen verhalen van mensen en verhalen van God beweegt zich het geloof. Het eigen verhaal (ervaring) wordt gedeeld met anderen en verbonden met het verhaal van God (openbaring). Zo ontdekt de mens sporen van God in zijn bestaan.

Misschien is de verhalende dimensie van de werkelijkheid ondertussen opnieuw ontdekt. Vertelhuizen en verhaalzolders schieten als paddenstoelen uit de grond. De verhaalstructuur van het leven zelf is teruggevonden. Mensen zijn immers op zichzelf een "verhaal'. Mensen begrijpen zichzelf beter dankzij het vertellen van het eigen levensverhaal, een verhaal dat trouwens constant verandert. In ontmoetingen met anderen doen ze dat verhaal. Het herkenbare is de basis van een gesprek. Iedere keer komt ook wel iets naar boven dat het gewone overstijgt en de werkelijkheid op zijn kop zet. Verhalen over geboorte en dood, vreugde en verdriet brengen een stukje vervreemding binnen in het gesprek, omdat ze binnen het alledaagse toch ook ongewoon zijn. Het zijn momenten waar het alledaagse raakt aan het hemelse en waarbij mensen openstaan voor het onzegbare. God laat zijn geheim vermoeden en een glimp van zijn Koninkrijk wordt zichtbaar.

Verkondiging zal zich bewegen tussen deze verhalen van mensen en de verhalen van God. In een geloofsgesprek wordt dit eigen verhaal (ervaring) gedeeld met anderen en verbonden met het verhaal van God (openbaring). Een onvermoede samenhang licht op, waardoor de mens sporen van God ontdekt in zijn bestaan en uitgedaagd wordt om die ook te volgen.


2C. Uit eerbied voor dit ondoorgrondelijke voelt de mens zich als het ware verplicht om zijn toevlucht te nemen tot een eindeloze variatie aan beelden en vergelijkingen. De realiteit is zo omvattend, rijk en diep, dat zij niet in een beeld gevat kan worden.

Daarbij komt nog dat de oosterse mens diep doordrongen is van de onzegbaarheid der dingen. Hij ervaart de werkelijkheid om zich heen als uiterst complex, als een grote en diepe realiteit die uiteindelijk ondoorgrondelijk is en altijd mysterieus blijft. Uit eerbied voor dit ondoorgrondelijke voelt hij zich als het ware verplicht om zijn toevlucht te nemen tot een eindeloze variatie aan beelden en vergelijkingen. Telkens zal een of ander facet van de werkelijkheid even oplichten in het verhaal, waarna in nieuwe verhalen telkens weer andere facetten en andere nuances van diezelfde mysterieuze werkelijkheid naar voren worden geschoven. Anders zou de toehoorder een verkeerd beeld of een verkeerde indruk kunnen krijgen. Want de realiteit is zo omvattend, rijk en diep, dat zij onmogelijk in een beeld gevat kan worden.

N.B.: Zie ook de bespreking van de "oorsprongsverhalen". Er zijn twee verhalen die elkaar niet tegenspreken, maar andere facetten van het mens-zijn belichten: een "ideaalbeeld" en de "begrensdheid" van diezelfde mens.

Als Jezus beeldspraak gebruikt om over God en zijn Koninkrijk te vertellen, als Hij in parabels en gelijkenissen spreekt, betekent dit dus dat Hij spreekt op een manier die past bij het levensgevoel van de oosterse mens. Over God en zijn Koninkrijk kan men trouwens alleen maar in beelden spreken. God helemaal uitzeggen kan niemand. Geen enkele menselijke definitie en geen enkel systeem kan Hem vatten. God is altijd groter en verder. Alleen beelden kunnen helpen om Hem dichterbij te brengen en iets van zijn wezen en zijn manier van doen te laten oplichten. Gelijkenissen, die vertrekken van wat de mensen kennen, zijn het enige middel om enigszins aanvaardbaar en verstaanbaar over God te spreken. Marcus zegt dan ook dat Jezus 'alleen in gelijkenissen tot de mensen sprak'. (Mc. 4,34). (Sylvester Lamberigts, 2006)


2D. Bijbelverhalen zijn niet zomaar verhaaltjes! Verhalen zijn krachtig. Wat een verhaal kan bewerken, zie je in de inmiddels beroemd geworden parabel die de profeet Natan aan koning David vertelde (2 Sam. 12,1-7).

1 Twee mannen leefden eens in dezelfde stad; de een was rijk, de ander arm. 2 De rijke bezat heel veel schapen en runderen, de arme had niets, behalve een enkel lammetje dat hij gekocht had. Hij had het in leven kunnen houden en het was bij hem opgegroeid tussen zijn kinderen. Het dier at van zijn bord, het dronk uit zijn beker en het sliep op zijn schoot. Het was als een dochter. 4 Op een dag kreeg de rijke man bezoek, maar hij kon er niet toe komen om een schaap of rund uit zijn eigen kudde te nemen en dat klaar te maken voor de reiziger die bij hem was gekomen Hij pakte het lam van de arme en maakte dat klaar voor zijn gast. 5 David was diep verontwaardigd over die man en hij zei tot Natan: `Zowaar JHWH leeft: de man die dat gedaan heeft verdient de dood. 6 En het lam moet hij vierdubbel vergoeden, omdat hij er niet voor is teruggeschrokken zo iets ergs te doen." 7 Toen sprak Natan tot David: 'Die man, dat bent u!' (2 Sam. 12,1-4)

Dit verhaal vertelde de profeet Natan aan koning David, na diens overspel met Batseba en de moord op haar echtgenoot Uria (2 Sam. 11-12). Het is een schoolvoorbeeld van een parabel: een uit het leven gegrepen verhaal, waar David geboeid naar luistert, maar dat bij nader inzien over hemzelf blijkt te gaan. Het is een open verhaal. David rondt het zelf af: "Zowaar de Heer leeft, de man die dat gedaan heeft verdient de dood. En het lam moet hij vierdubbel vergoeden omdat hij er niet voor is teruggeschrokken zoiets ergs te doen."
Natan hoeft nog maar een ding te zeggen: "Die man dat bent u!" - en plots wordt het voor David duidelijk dat de profeet hem geen voorval uit het koninkrijk is komen vertellen maar een verhaal over hem, David zelf; een verhaal om hem tot inzicht en ommekeer te brengen. Naast het gedrag van David heeft Natan een verhaal geplaatst. Dat is ook letterlijk de betekenis van het Griekse woord parabol: naast elkaar-plaatsing of vergelijking.
Natan heeft met zijn verhaal een reactie van David proberen uit te lokken. Het leidt er uiteindelijk toe dat hij zichzelf veroordeelt. De parabel heeft gediend als een soort omweg om David tot het inzicht te brengen dat hij verkeerd heeft gehandeld. Zo gaat het altijd met de parabels. Ze zijn in feite bedoeld voor een toehoorder, die via de omweg van een verhaal tot een bepaald inzicht wordt gebracht, meestal tot een soort bekentenis, tot het toegeven dat hij het bij het verkeerde eind had. Het open einde heeft dus te maken met het feit dat het verhaal niet zomaar een verhaaltje is, maar eigenlijk over het leven van de toehoorder zelf gaat. Na dat open einde moet er geen afronding van het verhaal komen, maar een reactie van die toehoorder. Dat betekent dat we ons, om een parabel goed te begrijpen, altijd moeten afvragen voor welke toehoorder het verhaal eigenlijk is bedoeld en tot welke reactie hij wordt verleid. Een parabel is dus zeker geen verhaal "met een boodschap" of een verhaal "met een zedenles"!

Hier zien we hoe een nochtans louter verzonnen verhaal aan mensen de waarheid kan duidelijk maken. In het Nieuwe Testament staan de eerste drie evangelien vol van dergelijke verhalen en parabels, die mensen de ogen openen en die meestal krachtiger zijn dan geleerde en abstracte uiteenzettingen.

Vraag 3

Hoe werkt een parabel?

3 A. Van een goed vertelde parabel kan je zeggen dat hij...
1. afstand schept.

Wie een parabel begint te vertellen, wekt de indruk dat hij plots over iets anders begint, zodat de toehoorder zich afvraagt wat dit vreemde verhaal hier komt doen. In die zin kun je zeggen dat een parabel afstand schept of vervreemdt. David keek verrast op toen Natan hem plots over twee mannen, een rijke en een arme, begon te vertellen. Simon de farizeeer moet al even vreemd hebben opgekeken toen Jezus ineens begon te vertellen over een geldschieter, die twee schuldenaars had. (Lc. 7,36-50)


2. uitdaagt.

Maar juist omdat de parabel een soort "spelbreker" is en enigszins irriteert, zet hij aan het denken en spitst hij de aandacht. Hij bezit een provocerende of uitdagende kracht. Het is trouwens niet toevallig dat veel parabels in het evangelie beginnen of eindigen met een vraag: 'Wat denkt u van het volgende'? of 'Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?' (Lc.10,36) Het is duidelijk dat deze vragen, over het hoofd van de personen uit de tekst heen, tot de toehoorders en tot de lezers van het evangelie gericht zijn. Zij worden hierdoor aan het denken gezet. Van hen wordt een antwoord verwacht. Parabels zijn 'doordenkertjes'. Zij dwingen de toehoorders erop door te denken, het bevreemdende dichterbij te halen.
Met opzet vertellen de parabels daarom meestal ongewone en paradoxale dingen, waardoor de toehoorders geschokt en geergerd worden. Dat degenen die maar een uur gewerkt hebben, evenveel loon krijgen als degenen die de hele dag hebben gezwoegd, schokt de toehoorders en ergert hen. Maar dit schokeffect is in de parabel juist bedoeld. Het wil de toehoorders dwingen hun eigen alledaagse manier van leven ter discussie te stellen en het eens vanuit een andere hoek te bekijken, namelijk vanuit de nieuwe levensmogelijkheden die door de parabels worden ontsloten. Door ergerlijke, verrassende of paradoxale dingen te vertellen, gaan de parabels regelrecht in tegen onze spontane en gewone manier van handelen. De vader van de verloren zoon vergeeft hem niet enkel, maar hij doet daarbij nog uitzinnige dingen: hij staat zijn zoon op te wachten, rent hem tegemoet, valt hem om de hals en wil dat de terugkeer met een groot feest wordt gevierd. (Lc. 15,11-32) Door de verrassende barmhartigheid van de vader zo sterk in de verf te zetten, ontsluit deze parabel een nieuwe wereld, een nieuwe manier van leven. De parabelverteller doet dit in de hoop dat de toehoorders dit zullen begrijpen en meer nog, dat zij voortaan even barmhartig en vergevingsgezind zullen handelen en leven.


3. oproept. (Sylvester Lamberigts, 2006)

Een parabel wil dus niet enkel een nieuw inzicht bijbrengen, hij bevat ook en vooral een oproep om anders te gaan leven. Hij zet aan tot handelen, wil niet enkel 'leren', maar ook en vooral 'bekeren': de dingen anders bekijken en naar die nieuwr visie handelen. Hij zegt tot ieder van ons: 'Doet u dan voortaan net zo' (Lc.10,57). Een goed vertelde parabel plaatst de luisteraar voor de keuze tussen twee zienswijzen of levensmogelijkheden: de oude houding van iemand die bijvoorbeeld niet wil vergeven, of de nieuwe, breeddenkende houding van onvoorwaardelijke barmhartigheid, die door Jezus wordt voorgehouden. Wie een parabel gehoord heeft, zal moeten kiezen tussen zijn eigen standpunt en het standpunt van Jezus. Hij is na het parabelverhaal niet langer dezelfde als voorheen. Hij staat nu onvermijdelijk voor een beslissing. Hij moet nu reageren, positief of negatief, maar neutraal blijven kan hij niet. Hij moet zich nu ofwel openen voor de nieuwe wereld van God die Jezus in de parabels ter sprake brengt, ofwel er zich hardnekkig voor sluiten. In die zin keert een parabelwoord nooit vergeefs of zonder resultaat terug.

Het wil de toehoorders dwingen hun eigen alledaagse manier van leven ter discussie te stellen en het eens vanuit een andere hoek te bekijken.

3 B. Parabels gaan over verleden, heden en toekomst, met de toekomst als leessleutel.
1. De drie aspecten van het taalgebeuren vindt men in de parabels terug: verrassing, begrip en beslissing.

De drie aspecten van het taalgebeuren vindt men in de parabels terug, stelt Jan Lambrecht.

    1. Er is het moment van de verrassing. Bv.: Iemand vindt de schat of de parel.
    2. Er is het moment van begrip. Plotseling 'begrijpt' de vinder en hij beseft de waarde van schat of parel. Hij overweegt over te gaan tot de actie. De vroegere bezittingen dienen verkocht.
    3. Ten slotte neemt die persoon de uiteindelijke beslissing. Hij doet de stap. Hij waagt het. Hij engageert zijn hele bestaan voor de nieuw gekregen evidentie. Hij koopt de schat of de parel.

2. Met deze drie aspecten van het woordgebeuren worden de drie tijdsdimensies verbonden: verleden, heden en toekomst. Zo hanteert een parabel performatieve taal die actualiseert.

1. De toekomst laat zich zien.

Een geheim wordt openbaar; men staat verbijsterd en verrast; men vermoedt een nieuwe wereld, een authentieke bestaansmogelijkheid; het Rijk Gods kondigt zich aan.

2. Men moet dan breken met zijn verleden.

Er dringt zich een ommekeer op tegenover het verleden, een exodus-situatie: het bekende land wordt verlaten; de bezittingen worden verkocht. Men verliest zijn oude zekerheden.

3. Nu, in het heden, is er een ingrijpende beslissing tot doen.

Men kiest voor de authenticiteit; men stelt zich onder Gods Koningsheerschappij; men wordt aldus een 'nieuwe schepping'.

Zo brengt het woordgebeuren dat de parabel in strikte zin is, iets tot stand. Een parabel is "performatief'': hij beoogt en bewerkt een levensverandering, een gewijzigd bestaan.

Dit heeft dus ook betrekking op de actualisering van de parabels. Het gaat niet alleen om verstandelijk inzicht in wat er in het nieuwtestamentische verleden (Jezus, de traditie, de evangelisten) gebeurd is - om aldus beter van ons geloof verantwoording te kunnen afleggen - maar ook en vooral om de functie van de parabels in ons leven. Wat moeten ze teweegbrengen? Hoe worden ze geactualiseerd, vandaag en morgen? (Jan Lambrecht, 1976)

Carine De Vogelaere stelt dat een parabel intrigeert. Er is bij het begin herkenning, identificatie en instemming. Tot er irritatie optreedt of verzet en angst omdat duidelijk wordt dat er iets gevraagd wordt van de hoorders. Het mechanisme van een parabel zorgt voor actieve betrokkenheid, waardoor de hoorder of lezer voor een keuze komt te staan. Naarmate die meer ingrijpend is, zal de parabel als ongemakkelijker ervaren worden. Anders dan een leerverhaal laat een parabel echter ruimte om zelf conclusies te trekken en heeft hij daardoor een minder verplichtend karakter. Al dan niet ingaan op de uitnodiging tot verandering behoort tot de verantwoordelijkheid van de hoorder.

Maar omdat verhalen gemakkelijker bijblijven dan andere teksten, bestaat het risico dat parabels hun kracht verliezen omdat ze te bekend zijn. We kunnen ons nog moeilijk laten verrassen door iets wat vertrouwd klinkt. En een vroeger gehoorde (bv. moraliserende) uitleg van het beeld of de metafoor houdt het risico in dat we denken dat er slechts een interpretatie mogelijk is. Een metafoor kan immers haar kracht verliezen. In het begin klinkt ze verrassend en soms zelfs ongepast. Na veel en lang gebruik, wordt ze dikwijls als letterlijk gelezen en verdwijnt de spanning tussen gelijkenis en verschil. Voor vele christenen is de metafoor 'God is Vader' in dat stadium. Het lijkt een definitie en is niet langer een beeld dat wil uitdrukken wie God is. De metafoor wordt enkel nog letterlijk begrepen. (Carine Devogelaere, 2014).
Voor ons bestaat de uitdaging er dus in de rijke metaforische traditie van het christendom te herontdekken.

3. Van de tijdsdimensies is de toekomst de leessleutel.

Een parabel schept een eigen wereld waar we mogen binnentreden om er deel van uit te maken. Hij is als een icoon die de kijker binnenvoert in een wereld waarin God aanwezig is. Die wereld bestaat nog niet. Maar we geloven dat hij werkelijkheid kan worden in de toekomst. Die wereld zoals God hem droomt, is al verborgen aanwezig in de tekst. In het evangelie krijgt deze toekomst soms ook de naam 'Rijk Gods' of 'eeuwig leven'. Ze wordt meestal uitgedrukt in beelden en parabels. Woorden schieten immers tekort om wat nog niet bestaat te beschrijven. Maar er gaat een aantrekkingskracht van uit die het hele leven kan kleuren.

Deze benadering vanuit de toekomst steunt op de overtuiging dat de Bijbeltekst ook een alternatieve wereld ontvouwt die nog te realiseren is. We lezen Bijbelteksten meestal als verhalen die verleden tijd zijn of misschien ook als teksten met een boodschap voor vandaag. De fundamenten van die toekomstige wereld liggen wel in de historische gebeurtenissen en hun overlevering, maar 'de wereld van de tekst' (Paul Ricoeur) is meer dan deze elementen uit het verleden. Die wereld is letterlijk toe-komst en komt op onverwachte en onvoorspelbare wijze op ons toe. Hij is het nieuwe perspectief dat we ontvangen door te luisteren naar de Geest die spreekt in het eigen hart en door medemensen en gebeurtenissen.

Enkel wanneer we die toekomst als criterium nemen, kunnen we soms moeilijke passages begrijpen. Zo wordt bijvoorbeeld in de parabel van de onwillige genodigden duidelijk waarom een man die geen bruiloftskleed draagt, wordt uitgesloten. Het verhaal vertelt over een koning die een bruiloft geeft voor zijn zoon en daarbij heel breed uitnodigt. Gods toekomst is inclusief maar met respect voor de menselijke vrijheid. Die toekomst wordt zo de norm om tekstpassages te beoordelen. (Carine Devogelaere, 2014)

Vraag 4

Jezus vertelt parabels... maar is Jezus zelf ook geen parabel?

4 A. Jezus vertelt niet alleen parabels die schockeren.

Het vertellen van een parabel, het gebeuren zelf van een parabel, is een wonderbaarlijk verschijnsel. Meestal zit er een paradox, een opzettelijk schokeffect in. De werkers van het laatste uur krijgen evenveel loon als zij die de hele dag hebben gezwoegd; dit schokt niet alleen ons sociaal gevoel, maar ook dat van de omstaanders die de parabel toen beluisterden. De vijf zogenaamde dwaze bruidsmeisjes uit Matteus 25,1-13 lijken ons het sympathiekst, terwijl de vijf anderen, de "wijzen", die weigeren de anderen te helpen, door de hedendaagse jeugd die het verhaal hoort, onmiddellijk voor 'rotmeiden' worden uitgescholden, maar ook toen reeds. Een parabel speelt immers rond een kern van 'ergernis', minstens van paradox en het ongewone. De parabel zet de dingen vaak op hun kop; zij wil ons conventionele verstaan en bestaan doorbreken. De parabel wil de luisteraar aan het denken zetten door een ingebouwd element van 'bevreemding' en 'vervreemding' in een gewoon alledaags gebeuren. Je wordt geconfronteerd met ongewone toestanden die je dwingen er verder over na te denken. Parabels zijn "doordenkertjes". Het vertrouwde gebeuren wordt tegen een onvertrouwde achtergrond geplaatst en daardoor ontstaat een stimulerende uitdaging.

We worden door haar door elkaar geschud. De bedoeling hiervan is: te dwingen je eigen leven, je doen en laten eens vanuit een andere hoek te bekijken. Parabels ontsluiten andere, nieuwe levensmogelijkheden, vaak in contrast met ons conventionele handelen; zij bieden kansen tot een nieuw werkelijkheidservaren.

Parabels hebben een praktisch-kritische - profetische - kracht die aanzet tot vernieuwing van leven van de samenleving. Ofschoon ontleend aan bekende gebeurtenissen uit het dagelijkse leven, gaan zij - door invoeging van het ergerlijke, paradoxale of verrassende element - dwarsliggen tegen ons spontaan oordelen en gedrag. Parabels verhullen in het concreet menselijke, wereldlijke leven van alle dag een dieper appel. Parabels verwijzen niet naar een Andere wereld, maar naar een nieuwe mogelijkheid in onze wereld: naar een reele mogelijkheid om het leven en de wereld heel anders te gaan zien en te beleven dan wat gebruikelijk is. In de wereld van Jezus' parabels leeft en oordeelt men anders dan in de wereld van de gewone, alledaagse sleur.

Met uitzondering van drie parabels (de rijke vrek; de rijke man en Lazarus; de tollenaar en de farizeeer) zijn alle parabels "wereldlijk". God komt er niet rechtstreeks ter sprake. En toch, iedereen die ernaar luistert, weet dat hij door deze verhalen geconfronteerd wordt met Gods heilshandelen in Jezus: zo handelt God, en dat kan je zien aan het handelen van Jezus zelf. Als je tenminste ziet met een hart dat tot ommekeer bereid is. De parabel blijft daarom 'hangen' zolang de luisteraar niet beslist om voor of tegen de nieuwe levensmogelijkheid te zijn die erin geopend wordt; en uiteindelijk beslist hij/zij voor of tegen Jezus van Nazaret. Zal ook de luisteraar die nieuwe wereld binnentreden? Hij wordt voor de keuze geplaatst tussen twee levensmodellen. Zal hij de nieuwe "logica van genade en erbarmen" die de parabels onthullen, accepteren en die radicale omslag in zijn eigen leven meemaken? Of zal hij deze uitdaging naast zich neerleggen en terugkeren tot het leven van alledag? Jezus en zijn wereld komen tenslotte "ter sprake" in de parabels die een nieuwe wereld openen, een wereld waar alleen genade en liefde wonen en die onze menselijke lijdensgeschiedenis, gevolg van kortzichtig handelen, onder kritiek plaatst en veranderen wil. Het verhaal is bovendien boventijdelijk en blijvend actueel. Hetgeen wordt verhaald heeft steeds een relatie tot mijn heden, hier en nu. Ikzelf moet, hier en op dit ogenblik in het reine komen met de parabel, de vraag beantwoorden of ik die nieuwe levensmogelijkheid als de mijne zal erkennen. (Edward Schillebeeckx, 1974)

4 B. Jezus is zelf een parabel die shokkeert.

Jezus zelf, - zijn persoon, zijn verhalen en zijn daden, - is een parabel. Het 'schok'-effect markeert dan ook zijn leven.
Jezus is een levende Godsparabel: zo ziet God om naar de mens. In het verhaal van Jezus wordt het verhaal van God verteld.

Het evangelist Marcus zag dit scherp. In Marcus 2,1 tot 3,5 zijn vijf schokkende verhalen samengebracht, verspreide daden van Jezus waardoor zijn omstanders gedwongen worden stelling tegenover Hem te nemen: genezing van een lamme (wiens zonde Hij vergeeft) (Mc. 2,1-12); een etentje van Jezus bij tollenaars, mensen die geld en accijnzen voor de Romeinen innen (Mc. 2,13-17); Jezus' verdediging van zijn leerlingen, die niet vasten als Jezus bij hen is (Mc. 2,18-22); Jezus' verantwoording van het gedrag van zijn leerlingen die uitgerekend tijdens de sabbatrust aren plukken (Mc. 2,23-28) en tenslotte, als climax, hoe Jezus zelf op sabbat de verschrompelde hand van een hopeloos man geneest (Mc. 3,1-6). De reactie van de leiders volgt onmiddellijk: "De farizeeen gingen naar buiten en aanstonds smeedden zij met de herodianen plannen om Hem uit de weg te ruimen." (Mc. 3,6; zie ook de context van Mt. 12,14 en Joh. 5,18)

Het verhaal dat Jezus zelf is, wordt door velen niet begrepen. Maar de parabel is zo provocerend dat een neutrale houding er tegenover onmogelijk wordt. Zonder openheid voor de mogelijke boodschap in het verhaal ziet men immers alleen het onbegrijpelijke (Mc. 4,11-12) en van de Wet afwijkende, ergerlijke gedrag van Jezus. (Mc. 6,2-3; zie Mt. 11,6; 15,9) Men moet stelling nemen omdat het verhaal van Jezus niet alleen een nieuwe, andere levensmogelijkheid ontsluit, maar daarin juist onze eigen feitelijke, heilig gekoesterde levenshouding onder vernietigende kritiek plaatst.

N.B.: Zie ook bij het oorspronkelijk einde van het Marcusevangelie. De vlucht van de vrouwen is voor de lezers een uitdaging: hoe zullen ze zich nu zelf positioneren tegenover dat wonderlijke verhaal over Jezus?

Uit zelfbehoud verwierpen sommigen daarom de Jezusparabel, deze was voor hen heterodox, gevaarlijk voor eigen gevestigde gewoonten. De executie van Jezus op het kruis is van dit onbegrip tegenover de levende parabel van God uiteindelijk een innerlijk gevolg.

In het omzien naar de mens en zijn lijdensgeschiedenis, naar tollenaars en zondaars, naar armen, lammen en blinden, naar ontrechten en door "boze geesten" van zichzelf vervreemde mensen, is Jezus een levende Godsparabel: zo ziet God om naar de mens. In het verhaal van Jezus wordt het verhaal van God verteld.

Het is God zelf die in het levensverhaal van Jezus voor ons een nieuwe wereld ontsluit, een ander werkelijkheidservaren en een andere levenspraxis: zo luidt het nieuwtestamentisch verhaal over Jezus als antwoord van de eerste christenen op het verhaal van Jezus zelf. Daarom gaan alle levensverhalen van Jezus herleven in het leven of het verhaal van de gelovige gemeenschap. Aldus wordt de Kerk een verhaal- en tafelgemeenschap van mensen die zich voor de kritische kracht van Jezus' levensparabel hebben ontsloten. Zo kunnen ook wij nog vandaag het Jezusverhaal beluisteren. En aan ons wordt nu de vraag gesteld of we ons leven daarop durven riskeren. (Edward Schillebeeckx, 1974)

Vraag 5

Hoe leren wij in zijn parabels Jezus kennen?

5 A. Parabels behoren tot een oorspronkelijke deel van Jezus' optreden.

Het was zijn typische manier van onderricht. We staan hier op vaste historische bodem, vlak bij Jezus. Op vele plaatsen ziet men achter de Griekse tekst de Aramese moedertaal van Jezus nog doorschemeren en ook de gebruikte beelden zijn duidelijk aan het Palestijnse leven ontleend.

5 B. Parabels maken zijn boodschap duidelijk en toegankelijk.

Door op die manier, met heldere en sprekende beelden, over zijn God te vertellen, maakte Jezus de meeste kans om verstaan te worden, want daar was het Hem uiteindelijk om te doen. De parabels dienen inderdaad om zijn boodschap te verduidelijken en toegankelijk te maken, ook voor eenvoudige mensen, dus niet om ze verborgen te houden, zoals sommigen nog altijd menen op grond van Marcus 4,10-12.

5 C. In zijn parabel haalt Jezus zijn beelden vooral uit de relaties tussen mensen.

Het is opvallend dat Jezus zijn beelden vooral haalt uit de relaties tussen mensen, niet uit de natuur. Niet de berg, de zee of het vuur zijn voor Hem beeld van God, maar bijvoorbeeld wel een barmhartige vader die zijn losbandige zoon van harte vergeeft, of een goede vriend bij wie men nooit tevergeefs aanklopt, zelfs niet in het midden van de nacht.

5 D. Hij getuigt daarin van de gratuite en uiteindelijk onverklaarbare liefde van zijn Vader.

Wanneer Jezus over God spreekt, vermijdt Hij ook alles wat te maken heeft met macht, superioriteit, dwang of geweld, maar heeft Hij het altijd over de gratuite en uiteindelijk onverklaarbare liefde die geeft zonder te meten, die blijft uitnodigen zonder ophouden en die van al het zijne ook het onze wil maken.

5 E. Parabels waren ook een bron van onbegrip.

Jezus deed zijn uiterste best om God en zijn Koninkrijk met beelden en gelijkenissen dichterbij te brengen en voor iedereen verstaanbaar te maken. Toch werd Hij dikwijls niet begrepen, niet alleen door ongelovige buitenstaanders, maar vaak ook door zijn eigen leerlingen, die hardleers zijn en meer dan eens bijkomende uitleg nodig hebben. Want het verhaal houdt de toehoorders een spiegel voor waarin ze zich al dan niet kunnen herkennen en rond het verhaal verzamelen zich zo drie groepen: medestanders betuigen hun instemming, tegenstanders zetten zich er tegen af en omstanders halen hun schouders op.

Vraag 6

Welke soorten 'parabels' zijn er?

Er zijn echter verschillende genres of categorieen, namelijk gelijkenis, parabel in strikte zin, voorbeeldverhaal en allegorie. (Luc Devisscher, 2003)

1. De gelijkenis

De termen "parabel" en 'gelijkenis' worden meestal in vage en algemene zin door elkaar gebruikt. "Parabel', van het Griekse woord parabol , betekent letterlijk: het naast elkaar stellen, dus het vergelijken van twee dingen die gelijkenis vertonen.

Een gelijkenis is een vergelijking, waarin twee dingen (beeld en werkelijkheid) naast elkaar worden gesteld en met elkaar worden vergeleken. 'Dan zal het met het Koninkrijk der Hemelen gaan als met tien meisjes, die met hun lampen op weg gingen, de bruidegom tegemoet' (Mat. 25,1). Of, na de gelijkenis van het verloren schaap: 'Zo zal er in de hemel meer blijdschap zijn over een zondaar die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben.' (Lc. 15,7). Men kan dus altijd een beeldhelft en een zaakhelft onderscheiden.

N.B.: Dat sluit aan bij wat we ook in het Oude Testament al zien in de zogenaamde spreuken. Ook een spreuk of "mashal" is eigenlijk een vergelijking die twee dingen naast elkaar plaatst.
"De uitspraken van een rechtvaardige zijn als zuiver zilver,
De gedachten van een goddeloze zijn niets waard." (Spr. 10,20)

In de gelijkenis van de vijgenboom (Mc. 13) is vers 28 de beeldhelft: 'Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is.' De zaakhelft vinden we in vers 29: 'Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het einde nabij is.' In de beeldhelft van de vergelijking gaat het bovendien om een typisch geval of een gewone, regelmatig terugkerende gebeurtenis.

De werkwoorden staan daarom meestal in de tegenwoordige tijd.

De gelijkenis maakt een vrij koude, nuchtere indruk; ze richt zich vooral tot het nadenkende verstand; ze bedoelt onderricht en uitleg te verschaffen. Voorbeelden zijn er bij de vleet: de gelijkenis van het mosterdzaadje, het onkruid tussen de tarwe, de gist, de schat in de akker, de parel, het sleepnet, enzovoort. De toepassing is niet altijd uitdrukkelijk aanwezig, maar wordt soms overgenomen door de inleidende formule: 'Het is met het Koninkrijk van God als met...'. Je leert iets bij door het onderricht.

2. Een parabel in strikte zin

Dit is een doorlopend verhaal dat onmiddellijk begrepen wordt en dus geen toepassing nodig heeft. Beeld en zaak zijn hier een. Een uitdrukkelijke overgang van beeld naar zaak is overbodig, omdat de toehoorder direct begrijpt dat het verhaal op zijn eigen leven toepasselijk is. Geen typisch geval, maar een eens gebeurd, meestal ongewoon en uniek voorval wordt verteld.

Dit parabelverhaal hoeft geen inleiding, maar valt met de deur in huis. 'Een zaaier ging het land op om te zaaien' (Mt. 13,3); 'Een rijk man had een rentmeester' (Lc. 16,1). Hier moet de toehoorder zelf de toepassing maken - zoals David na het verhaal van Natan. De werkwoorden staan in de verleden tijd. Omdat de parabel een verhaal is waarbij de toehoorder onmiddellijk betrokken wordt, is hij niet zozeer onderricht, maar eerder verkondiging en oproep: verkondiging van een goddelijk heilsgebeuren en oproep om aan dit gebeuren niet schouderophalend of onverschillig voorbij te gaan. Een parabel in strikte zin is bijvoorbeeld het verhaal van de zaaier (Mc. 4,3-9).

Jan Lambrecht vergelijkt de twee zo: de verschillen tussen gelijkenis en parabel in strikte zin zijn dus groot. De gelijkenis is onderrichtend, uitleggend; ze richt zich tot het verstand; ze maakt een nogal koude, nuchtere indruk; ze doet een beroep op vaststelbare gegevens, op evidenties die in het betoog van de gebruiker bewijskracht bezitten. De parabel in strikte zin is niet zo expliciet; de goede parabel weet te boeien door haar verhaal; de luisteraar wordt meegevoerd, aangegrepen, ontroerd, maar de helderheid van de parabelzin moet hij zelf bewerken; de parabel brengt een proces op gang en de hele persoon, verstand en beslissingsvermogen, is erin betrokken. Men zegt soms, niet ten onrechte: een gelijkenis leert, een parabel bekeert. (Jan Lambrecht, 1976)

3. Het voorbeeldverhaal

Dit is een verhaal dat als voorbeeld tot navolging wordt verteld. In tegenstelling tot de parabel in strikte zin moet hier geen toepassing worden gemaakt door de toehoorder. Beeld of vergelijking ontbreekt hier; alleen de zaak of de toepassing is aanwezig en wel als een uit het leven gegrepen voorbeeld dat wil aansporen tot navolging. Zo is het verhaal van de barmhartige Samaritaan een voorbeeldverhaal. Op de vraag van een wetgeleerde: 'Wie is mijn naaste?', geeft Jezus een concreet voorbeeld van iemand die zich als 'naaste' gedraagt (Lc. 10,29-37). Hier is geen toepassing nodig, enkel navolging van het voorbeeld: 'Doe dan voortaan net als hij.' (v. 37). Een voorbeeldverhaal is ook de gelijkenis van de hebzuchtige boer, die grotere schuren bouwt voor zijn oogst en denkt aan rusten, eten, drinken, genieten, en zich veilig waant voor jaren, maar dezelfde nacht nog sterft (Lc. 12,16-20). Deze gelijkenis illustreert wat Jezus bij wijze van vermaning zegt: 'Pas op voor iedere vorm van hebzucht! Ook al heeft een mens nog zo veel, zijn leven bezit hij niet' (Lc. 12,15). Voorbeeldverhalen vinden we alleen bij Lucas. Denk aan het reeds vermelde wondermooie verhaal van de barmhartige Samaritaan (Lc. 10,50-37), van de rijke dwaas of de dwaze rijke (Lc. 12,16-21), van de verloren zoon (Lc. 15,11-32), enzovoort.

4. De allegorie

De allegorie ten slotte is een gekunsteld en irreeel beeldverhaal waarin elk onderdeel van het beeld zijn speciale betekenis heeft. Terwijl in een gelijkenis eigenlijk maar een voor de hand liggend punt belang heeft, hebben in een allegorie vele of alle details van het beeld een overeenkomstige betekenis. Een allegorie is dus een uitgewerkte vergelijking of metafoor: aan iedere term uit de beeldhelft beantwoordt een term in de zaakhelft of de toepassing. Op die wijze gaan we de weg op van de raadseltaal: een mysterieus verhaal is ontstaan waarvoor een sleutel nodig is om het in al zijn details te kunnen begrijpen. Daar waar een gewone parabel onmiddellijk duidelijk wordt - die man, dat bent u! - moet een allegorie met behulp van een code ontcijferd worden: elk element moet worden vervangen door datgene waar het naar verwijst. Voorbeelden zijn: de uitleg van de parabel van de zaaier (Mt. 15,18-23) en van het onkruid tussen de tarwe (Mt. 13,36-43).

Vraag 7

Welke boodschap vinden we in de gelijkenissen? (Sylvester Lamberigts, 2006)

7 A. Om uit te leggen wat het 'Koninkrijk van God' inhoudt en betekent. Daartoe gebruikte Jezus geen ingewikkelde theorieen, maar vertelde Hij parabels en gelijkenissen. De gelijkenissen die Jezus vertelde zijn allemaal vervuld van het 'geheim van het Koninkrijk van God'.
1. Eerst een woordje uitleg bij het begrip 'Koninkrijk van God'.

  • Het "Koninkrijk van God" is een sleutelwoord in de prediking van Jezus. Matteus heeft het in de gelijkenissen altijd over het 'Koninkrijk van de Hemel'. Dat is een schroomvolle omschrijving voor "Koninkrijk van God". Hij schrijft immers aan christenen uit het jodendom, die uit heilige huiver voor het transcendente de naam van God liefst zo weinig mogelijk in de mond nemen.
  • Wanneer Jezus het "Koninkrijk van God" verkondigt bedoelt Hij daarmee niet in de eerste plaats het hiernamaals of het leven over de dood heen, maar wel het geluk van de mensen hier en nu, in dit leven. Zijn belofte over de nabijheid van Gods Koninkrijk is dus geen wissel op een verre toekomst in een andere wereld, maar zij betreft allereerst onze eigen, huidige mensenwereld. Daar moet dit Koninkrijk op de eerste plaats werkelijkheid worden. Dit neemt natuurlijk niet weg dat er ook over de dood heen nog heel wat te verhopen en te verwachten valt, maar dat moet gezien worden als de heerlijke bekroning en voltooiing van wat hier en nu, in onze menselijke en wereldlijke geschiedenis reeds begonnen is.
  • Ook het begrip "Koninkrijk" verdient een woordje uitleg. Het slaat niet zozeer op een rijksgebied (het Franse royaume), maar eerder op het heersen zelf (het Franse royaute). Met 'Koninkrijk van God, wordt dus het actief heersen van God bedoeld. In het algemeen kun je zeggen dat Gods Heerschappij of, als je wilt, het God-zijn van onze God bestaat in zijn helpend en helend omzien naar de mensen, vooral naar mensen in de knoei of aan de rand. Gods 'hoogheid" wordt zichtbaar in zijn neerbuigende liefde en zijn onvoorwaardelijke goedheid voor de mens, wiens geluk Hij wil, allereerst hier en nu, in dit leven. De God van Jezus is een God die het helemaal opneemt voor de mens, allereerst voor de gebukte en de gekneusde mens, want juist voor hem heeft Hij een voorkeurliefde. Als wij deze God aan het woord en aan het werk laten, als Hij voluit en actief mag heersen in ons leven, als wij alles wat in onze samenleving moet gebeuren radicaal vanuit God durven denken, dan krijgen we geleidelijk aan een nieuwe wereld, waar het voor iedereen goed om wonen is.
  • Om uit te leggen wat het 'Koninkrijk van God" allemaal inhoudt en betekent, gebruikte Jezus geen ingewikkelde theorieen, maar vertelde Hij parabels en gelijkenissen. Al deze parabels over het Koninkrijk van God zijn impliciete zelfopenbaringen van Jezus, want in Hem, in alles wat Hij zegt en doet, komt Gods Koninkrijk midden onder ons. Als een parabel bijvoorbeeld Gods goedheid illustreert, gaat het over Gods goedheid die zichtbaar wordt in Jezus. Vandaag zou die goedheid zichtbaar moeten worden in zijn volgelingen, in iedereen die zich christen durft noemen.

2. Het 'Koninkrijk van God' is gave, want het koninkrijk van God wordt ons geschonken.

In een eerste groep gelijkenissen verkondigt Jezus dat het Koninkrijk van God geen utopie hoeft te blijven. Het wordt ons geschonken. Zoals Jezus zelf mogen ook wij er vast op hopen, zelfs tegen alle schijn in.

  • Bij het zaaien gaat er wel veel zaad verloren, omdat het op de weg, op de rotsgrond of tussen de distels valt, maar toch mag je als zaaier hopen op een rijke en overvloedige oogst, dankzij het zaad dat in goede grond terechtkomt. (Mc. 4,3-8).
  • Het mosterdzaadje mag dan het kleinste van alle zaden zijn, maar als je voldoende geduld en vertrouwen hebt, zul je het zien ontkiemen en opschieten tot een reuzenstruik met grote takken, waarin de vogels kunnen nestelen. ]e mag dus niet te vlug de moed verliezen (Mc. 4,30-32).
  • De vijgenboom staat er in de winter wel troosteloos bij, maar hij krijgt opnieuw zachte twijgen en bladeren, wat betekent dat de barre winter wijkt en de heerlijke zomer in aantocht is (Mc. 13,28).
  • Het klompje zuurdesem is niets in vergelijking met de drie maten meel waarin het verwerkt wordt, maar toch zal het heel het deeg doen gisten (Mt. 13,33).
  • Een arme dagloner die op een vreemde akker werkt, doet er plots de ontdekking van zijn leven: hij vindt er een schat die heel zijn leven verandert (Mt. 13,44).
  • Een koopman op zoek naar mooie parels, vindt uiteindelijk een parel van heel grote waarde, de parel van Gods Koninkrijk (Mt. 13,45-46). Wie zoekt die vindt..
  • De werklieden die eerst rond het elfde uur worden aangeworven om te werken in de wijngaard, krijgen toch een volledig dagloon uitbetaald, juist zoals de werkers van het eerste uur. En dit zomaar, gewoon omdat de landheer ingoed is. (Mt. 20,1-16).
  • Het bruiloftsfeest dat een koning voor zijn zoon geeft, dreigt in het water te vallen omdat de eerste genodigden liever hun eigen weg gaan en weigeren naar het feest te komen. Maar uiteindelijk gaat het feest toch door en loopt de feestzaal vol met mensen die wel op de uitnodiging ingaan (Mt. 22, 1-10).
  • Wanneer de bruidegom op zich laat wachten en de bruidsmeisjes indommelen, wordt er in de nacht plots geroepen: 'Daar is de bruidegom! Ga hem tegemoet!' (Mt. 25,1-13).
  • Op de weg van Jeruzalem naar Jericho valt iemand in de handen van rovers, die hem lelijk toetakelen. Een priester en een leviet, van wie je zou denken dat zij zeker zouden helpen, laten hem gewoon links liggen. Ten slotte wordt hij toch geholpen en wel door een Samaritaan, een door de ]oden gehate vreemde, de laatste van wie men dit zou verwachten (Lc. 10,30-37).
  • Een vriend komt na een lange reis bij je aankloppen en je wilt hem goed ontvangen, maar het is nacht en je broodkast is leeg. Een hopeloze situatie? Toch niet! Je hebt immers een andere goede vriend, die hiervoor begrip heeft en die je ook in het midden van de nacht gerust mag storen; hij zal je alles geven watje nodig hebt (Lc. 1 1,5-8).
  • De vijgenboom die men wilde omhakken omdat hij al drie jaar geen vruchten droeg, mag blijven staan en krijgt een nieuwe kans. De grond eromheen wordt omgespit en bemest in de hoop dat hij volgend jaar wel vrucht zal dragen (Lc. 13,6-9).
  • Het verdwaalde schaap wordt niet aan zijn lot overgelaten, maar blijft erbij horen. Het wordt intens en met liefde gezocht en uiteindelijk ook gevonden (Lc. 15,4-6).
  • De jongste zoon die er thuis uittrok en een losbandig leven leidde, wordt door zijn vader niet afgeschreven. Wanneer hij terugkeert, rent zijn vader hem tegemoet en richt hij een groot feest voor hem aan (Lc. 15,1 1-32).
  • Een arme weduwe vraagt een rechter herhaaldelijk om hulp, maar steeds stoot zij op een weigering. Ten slotte zal deze gewetenloze rechter toch capituleren en haar recht verschaffen (Lc. 1 8,1-8).

In parabels zijn er zoveel beelden van hoop, zoveel schijnbaar hopeloze situaties die "toch" worden rechtgezet! Zij maken duidelijk dat het Koninkrijk van God er zeker komt. God is immers onze goede Vader, op wie we altijd mogen rekenen. Hij maakt een nieuwe toekomst mogelijk, ook daar waar wij, kleine gelovigen, menen aan het einde van de toekomst te staan. Deze gelijkenissen moet je lezen als moedeloosheid je overvalt, als je godsdienstles voor de zoveelste keer werd geboycot, als je in de nieuwsberichten weer pijnlijke verhalen over corruptie hebt gehoord, als je denkt dat je inzet voor een betere wereld toch niets uithaalt. Deze gelijkenissen verkondigen ondubbelzinnig dat je inspanningen wel de moeite lonen en dat je mag hopen op een betere toekomst, ondanks alles.

3. Het 'Koninkrijk van God' is opgave, als we bereid zijn er ook zelf aan mee te werken

Het Koninkrijk van God wordt ons geschonken als we ook zelf de handen uit de mouwen steken. Het is dus niet alleen een gave van God, maar ook een opgave voor de mens. Of God in ons leven God mag zijn, hangt ook af van onszelf. Waar wij Hem niet toelaten, kan Hij niet aanwezig komen. Waar wij elkaar haten, kan Hij geen liefde zijn. Zo ernstig neemt God de mens dat Hij aanvaardt een probleem te worden waar wij - mensen - voor elkaar een probleem geworden zijn. Van Jezus kan men zeggen dat Hij tot het uiterste heeft meegewerkt om het Koninkrijk van zijn God werkelijkheid te laten worden. Nooit is zoveel van God en van zijn Koninkrijk te zien en te ervaren geweest op deze wereld als toen Jezus er was. Toen is er zoveel van God en van zijn Koninkrijk te zien en te ervaren geweest dat men gezegd en geschreven heeft - en terecht! - dat God zelf in Jezus zijn volk bezocht had en dat het Koninkrijk van de Hemel in Jezus midden onder ons gekomen was. Of men dit ook op onze dagen zal kunnen zeggen, zal van ieder van ons afhangen. Of we God aan het woord laten of niet. Of we ons bekeren of niet. Of we naar het voorbeeld van Jezus (1) verstandig zijn of niet, of we (2) aandacht hebben voor de medemens of niet, of we het ondanks moeilijkheden en crisis (3) in geloof geduldig uithouden of niet.

1. Verstandig of niet

Een aantal gelijkenissen roepen ons op om verstandig te zijn. We zijn verstandig als we beseffen dat er beslissende dingen voor de deur staan, dat God ons medeverantwoordelijk heeft gemaakt voor de vestiging van zijn Koninkrijk, dat onze huidige wereld alleen maar toekomst heeft, als we bereid zijn Jezus na te volgen en in zijn voetsporen te treden.

  • Verstandig is degene die steeds attent en alert blijft voor wat komen gaat, zoals de deurwachter die thuis de wacht houdt terwijl zijn heer op reis is (Mc. 13,34-36).
  • Verstandig is de mens die, met het oog op de zondvloed die de oude toekomstloze wereld zal wegspoelen, zijn huis niet op zand, maar op de rotsgrond van de Bergrede bouwt (Mt. 7,24-25).
  • Verstandig is de mens die met vreugde alles verkoopt wat hij bezit om het stuk grond te kunnen kopen waarin hij de schat van het Koninkrijk van God heeft ontdekt (Mt. 13,44).
  • Verstandig is de zoon die op de vraag van zijn vader om in de wijngaard te gaan werken weliswaar eerst neen antwoordt, maar later berouw krijgt en dan toch gaat (Mt. 21,28-29).
  • Verstandig is de huiseigenaar die wakker blijft als hij weet dat er die nacht bij hem zal worden ingebroken (Mt. 24,43).<

Ons tijdschrift voor Bijbel en Liturgie

Viermaal per jaar verschijnt Vrienden van Bijbelhuis Zevenkerken. Dit tijdschrift gaat dieper in op de relatie tussen Bijbel en liturgie. Daarbuiten komen ook andere bijdragen over de Bijbel aan bod. Leden van de redactie...  lees meer »

Lectionarium

Op zoek naar een zondagslezing of commentaar? Wekelijks kunt u op onze blog terecht voor tekst, audio en commentaar. Hier vindt u het archief, De "lees meer" knop brengt u naar de lezing van de komende week.  lees meer »

Waken met de psalmen - Benoît Standaert OSB

Een psalmodie of nachtwake met psalmen is een ascetische praktijk die vandaag terug aanspreekt. Psalmodiëren is immers opstijgen naar herstel, naar bevrijding, naar redding, naar messiaanse vervulling, naar vrede. Pater Benoît Standaert en Hilde Laureys hebben voor ons de psalmen ingesproken. Ze werken met het hele psalterium over één week gespreid...  lees meer »